|
|
Informatie voor ouders
Algemeen
Vragen en antwoorden over ...
Links en adressen
Ontmoetingen
Publicaties
|
| |
 
Controle op veilig vervoer rolstoelgebruikers
In het najaar van 2006 houdt de inspectie van vervoer een controle voor het veilig vervoer van rolstoelgebruikers met taxibusjes en autobusjes.
Vanaf 2004 wordt jaarlijks gecontroleerd of de autogordel ook in het rolstoelvervoer gebruikt wordt. In 2004 had men slechts in 10% van de gevallen een autogordel om. In 2005 was dat al verbeterd tot ruim 74%.
Een beter gebruik van de gordels kan ook gestimuleerd worden door fabrikanten, vervoerders en gemeenten. Aanbevelingen hiervoor zijn te vinden op www.ivw.nl.
Hieronder vindt u een aantal vragen en antwoorden op het gebied van veilig vervoer van rolstoelgebruikers.
- Voldoet een gordel in een rolstoel als veiligheidsgordel?
Nee!
Alleen een gordel in de stoel die dient voor houdingsondersteuning is absoluut onvoldoende. Een goede veiligheidsgordel zit altijd vast aan het systeem waarmee de rolstoel wordt vastgezet of is direct bevestigd aan de vloer van de auto. Deze veiligheidsgordel moet aansluitend aan het lichaam over de heupen worden gedragen. Hij mag dus niet over de armleggers van de rolstoel lopen. Ook mag de gordel niet over de scherpe delen van de rolstoel lopen en de sluiting moet opzij van het lichaam zitten.
- Hoe weet je dat een rolstoel veilig vervoerbaar is?
De basisregel luidt: iedereen die in staat is vanuit de rolstoel over te schuiven op een gewone autostoel met veiligheidsgordel, moet dit altijd doen. Dit blijft de meest veilige manier van vervoeren. Als dat niet mogelijk is, moet men in ieder geval een goed vastzetbare rolstoel hebben. Zo’n stoel heeft een deugdelijk frame waaraan een goed vastzetsysteem kan worden bevestigd. Voorbeelden van rolstoelen waarbij dat niet kan zijn: sportrolstoelen en scootmobielen. Deze moeten, net als rolstoelen zonder inzittende, tijdens het vervoer goed worden vastgezet als lading. Anders zijn zij bij een botsing levensgevaarlijk.
- Welke wettelijke eisen worden gesteld aan het vastzetsysteem, het voertuig en de rolstoel?
Voor de rolstoel zelf gelden geen wettelijke regels als het om het vervoer gaat. In de Code Veilig Vervoer Rolstoelinzittenden (VVR) worden normen genoemd waaraan ‘ ‘veilig vervoerbare’ rolstoelen moeten voldoen.
Voor het vastzetsysteem en het voertuig gelden wel een aantal wettelijke regels. Voor het vervoer van rolstoelgebruikers in het kader van de Wet Personenvervoer moet een taxibus uitgerust zijn met een rolstoelvastzetsysteem en de daarbij behorende veiligheidsgordels. Een rolstoel dient altijd goed te worden vastgezet. Dit voorkomt rotatie en het achterover kantelen van de rolstoel.
- Wat mag van een chauffeur worden verwacht?
Van een chauffeur wordt verwacht dat hij over het goede materiaal beschikt om iemand in een rolstoel veilig te vervoeren. Ook kan worden verwacht dat hij dit op een verantwoorde manier doet. Daarvoor is van belang dat hij van tevoren weet welke rolstoelen hij moet vervoeren. Een chauffeur kan een niet veilig vervoerbare rolstoel met inzittende weigeren te vervoeren. Verder moet er voldoende tijd worden ingepland om alle noodzakelijke handelingen goed te kunnen uitvoeren. Een rolstoelinzittende mag van de chauffeur eisen dat de rolstoel wordt vastgezet en dat er een goed sluitende veiligheidsgordel wordt gebruikt.
(Bron: Inspectie Verkeer en Waterstaat)
(Geplaatst: 16 oktober 2006)
|
|