|
Algemeen Vragen en antwoorden over ...
|
![]() ![]() Opnieuw minder overtredingen in rolstoeltaxivervoer Het overtredingspercentage in het rolstoeltaxivervoer is opnieuw gedaald. Dat blijkt uit de eerste tussentijdse resultaten van een controleactie van de Inspectie Verkeer en Waterstaat. Van de 293 voertuigen die in september 2006 zijn staande gehouden werden bij 28% (83 voertuigen) een of meerdere overtredingen geconstateerd die betrekking hadden op het vervoer van rolstoelinzittenden. Over het hele jaar 2005 was dat nog 31,5%, in 2004 zelfs nog 90%. De meeste overtredingen betroffen opnieuw het niet gebruiken of het niet aanwezig zijn van gordels en andere vastzetmiddelen. Dit was bij 61 voertuigen het geval. De inspectie is voorzichtig optimistisch over de resultaten omdat vrijwel alle soorten overtredingen minder vaak geconstateerd werden. Alleen het percentage voertuigen met losliggende lading of gereedschap bleek in vergelijking met 2005 licht gestegen (van 5,4% naar 6,7%). De controleactie op het rolstoeltaxivervoer loopt nog tot het einde van 2006. Hieronder vindt u een aantal vragen en antwoorden op het gebied van veilig vervoer van rolstoelgebruikers: 1. Voldoet een gordel in een rolstoel als veiligheidsgordel? Nee! Een goede veiligheidsgordel zit altijd vast aan het systeem waarmee de rolstoel wordt vastgezet of is direct bevestigd aan de vloer van de auto. 2. Hoe weet je dat een rolstoel veilig vervoerbaar is? De basisregel luidt: iedereen die in staat is vanuit de rolstoel over te schuiven op een gewone autostoel met veiligheidsgordel, moet dit altijd doen. Dit blijft de meest veilige manier van vervoeren. Als dat niet mogelijk is, moet men in ieder geval een goed vastzetbare rolstoel hebben. Sportrolstoelen en scootmobielen zijn niet goed vastzetbaar. 3. Welke wettelijke eisen worden gesteld aan het vastzetsysteem, het voertuig en de rolstoel? Voor de rolstoel zelf gelden geen wettelijke regels als het om het vervoer gaat. Voor het vastzetsysteem en het voertuig gelden wel een aantal wettelijke regels. Voor het vervoer van rolstoelgebruikers in het kader van de Wet Personenvervoer moet een taxibus uitgerust zijn met een rolstoelvastzetsysteem en de daarbij behorende veiligheidsgordels. Een rolstoel dient altijd goed te worden vastgezet. Dit voorkomt rotatie en het achterover kantelen van de rolstoel. 4. Wat mag van een chauffeur worden verwacht? Van een chauffeur wordt verwacht dat hij over het goede materiaal beschikt om iemand in een rolstoel veilig te vervoeren. En dat hij dit op een verantwoorde manier doet. Een chauffeur kan een niet veilig vervoerbare rolstoel met inzittende weigeren te vervoeren. Verder moet er voldoende tijd worden ingepland om alle noodzakelijke handelingen goed te kunnen uitvoeren. Een rolstoelinzittende mag van de chauffeur eisen dat de rolstoel wordt vastgezet en dat er een goed sluitende veiligheidsgordel wordt gebruikt. (Bron: Nieuwsbrief LOBO en Inspectie Verkeer en Waterstaat www.ivw.nl)
|