Informatie voor ouders


Algemeen Vragen en antwoorden over ... Links en adressen Ontmoetingen Publicaties

 

Logo LeerlingenvervoerWoordbeeld Leerlingenvervoer





Kamervragen over leerlingenvervoer in Buren


Vragen van de leden Ferrier en Willemse-van der Ploeg (beiden CDA) aan de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, mw. Dijksma, en de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over een conflict tussen gemeente Buren en ouders over schoolvervoer gehandicapte kinderen. (Ingezonden 28 april 2008)
  1. Heeft u kennisgenomen van het bericht betreffende het conflict tussen drie ouderparen en de gemeente Buren over het vervoer van hun gehandicapte kinderen?
  2. Deelt u de opvatting van de ouders dat hun kinderen, in het door de gemeente aangeboden vervoer, te veel prikkels krijgen door de drukte in de bus en de drukte onderweg waardoor ze van de kaart raken?
  3. Hebben de ouders volgens u het recht om voor hun gehandicapte kinderen – wanneer teveel prikkels tijdens het vervoer leiden tot ontregeling – kleinschalig vervoer te claimen?
  4. Moet de gemeente volgens u, indien zij volhardt in het alleen maar beschikbaar stellen van een touringcar, ervoor zorgen dat er één-op-éénbegeleiding is voor kinderen die dat nodig hebben
    conform de uitspraak van de Raad van State?
  5. Wat zijn de gevolgen van de uitspraak van de Raad van State voor kinderen (en ouders) in dezelfde omstandigheden? Moet dit tot beleidswijziging leiden en zo ja, hoe bevordert het kabinet dit?
Antwoord van staatssecretaris Dijksma (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap). (Ontvangen 20 mei 2008)
  1. Ja.
  2. Zie het antwoord op vraag 3.
  3. Op grond van artikel 4 van de Wet op de expertisecentra moet het vervoer passend zijn. De Raad van State heeft in dit geval geoordeeld dat de door de gemeente gekozen vorm van vervoer te grootschalig was om zonder begeleiding als passend te kunnen aanmerken. Op grond van deze uitspraak heeft de gemeente in een dergelijke situatie de keuze tussen grootschalig vervoer met begeleiding dan wel kleinschalig vervoer.
  4. De gemeente dient een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak van de Raad van State. Indien men vasthoudt aan het vervoer met een grote bus lees ik in de uitspraak dat dan inderdaad door de gemeente in één op één begeleiding dient te worden voorzien.
  5. Wanneer er nog andere gemeenten zouden zijn die in vergelijkbare situaties ook met grootschalig vervoer werken zonder één op één begeleiding, zullen zij rekening moeten houden met deze uitspraak van de Raad van State. Bij ander handelen mag verwacht worden dat de ouders in beroep gaan en mag verwacht worden dat de rechter uitspraak doet conform deze uitspraak van de Raad van State. Aangezien mij niet bekend is dat ook andere gemeenten op deze wijze handelen, kan ik niet beoordelen of gemeenten hun beleid moeten wijzigen.
(Bron: Tweede Kamer)
(Geplaatst: 11 juni 2008)