De Algemene Wet Bestuursrecht (AWB) Deze wet geeft spelregels voor de omgang van de overheid, in dit geval de gemeente, met de burger. De overheid moet zich behoorlijk gedragen tegenover haar burgers.
De spelregels in de AWB zijn zogenaamde algemene beginselen van behoorlijk bestuur:
détournement de pouvoir: de gemeente mag zijn bevoegdheid tot het nemen van een besluit niet voor een ander doel gebruiken. Voorbeeld: als informatie is verstrekt voor een aanvraag voor leerlingenvervoer (bijvoorbeeld over het inkomen van de aanvrager) mag deze informatie niet gebruikt worden voor een aanvraag voor bijzondere bijstand.
evenredigheidsbeginsel: kon de gemeente in redelijkheid tot het besluit komen, na afweging van alle belangen?
motiveringsbeginsel: besluiten moeten deugdelijk worden gemotiveerd.
zorgvuldigheidsbeginsel: het besluit moet zorgvuldig tot stand komen (na onderzoek, horen van partijen en inzage geven in stukken);
gelijkheidsbeginsel: gelijke behandeling in gelijke gevallen;
beginsel van deugdelijke feitelijke grondslag: de grondslag voor het besluit moet juist zijn.
Het rechtszekerheidsbeginsel en vertrouwensbeginsel:
rechtszekerheidsbeginsel: de overwegingen waarop het besluit berust, moeten tevoren duidelijk zijn, bijvoorbeeld de regels in een verordening;
vertrouwensbeginsel: gewekte verwachtingen moeten in principe gehonoreerd worden.
Deze 2 beginselen moeten nog in de AWB opgenomen worden. Van de gemeente mag verwacht worden, dat wel naar deze beginselen wordt gehandeld.
Aanvraagprocedure De AWB geeft enkele voorschriften voor een aanvraag. De aanvraag moet schriftelijk worden ingediend en bevat tenminste naam en het adres van de aanvrager, de dagtekening, handtekening en een omschrijving van het besluit dat men vraagt . Verder moeten zoveel mogelijk relevante gegevens worden verstrekt. Vaak is er een speciaal formulier voor een aanvraag, zoals in de regel ook voor het leerlingenvervoer.
De aanvrager kan weigeren om vertrouwelijke gegevens te verstrekken als het belang van het kennisnemen van deze gegevens door de gemeente minder groot is dan het belang van de privacy van de aanvrager.
De gemeente moet in beginsel uitgaan van de gegevens, die door de aanvrager zijn verstrekt. Als niet voldaan is aan alle voorschriften, kan het bestuursorgaan de aanvraag niet behandelen. De aanvrager wordt wel eerst in de gelegenheid gesteld om de aanvraag aan te vullen. Als besloten wordt de aanvraag niet te behandelen, wordt dit schriftelijk meegedeeld. Dit is ook een besluit ofwel beschikking, waartegen bezwaar kan worden gemaakt.
De gemeente moet in de regel binnen 8 weken een besluit nemen op een aanvraag. Afwijkende termijnen worden in de verordening genoemd. De termijn kan worden verlengd, mits dit tijdig aan de aanvrager is meegedeeld.
Hoorplicht Als het bestuursorgaan besluit af te wijken van de aanvraag, moet de aanvrager vooraf worden gehoord (hoorplicht). Ook zogenaamde derdebelanghebbenden, dus anderen die belang kunnen hebben bij het besluit, moeten bereikt en gehoord worden. De aanvrager en de andere belanghebbenden kunnen naar keuze mondeling of schriftelijk hun standpunt naar voren brengen. Ook een telefoongesprek met een ambtenaar kan voldoende zijn.
Als er een eerdere aanvraag is gedaan en er geen nieuwe feiten of omstandigheden naar voren zijn gekomen, kan afgezien worden van het horen.
Motivering Een besluit moet deugdelijk gemotiveerd worden. Hiervan mag alleen worden afgeweken als aangenomen mag worden, dat er geen behoefte bestaat aan motivering. Op verzoek moet de gemeente in dat geval alsnog een motivering op schrift stellen. In het besluit moet worden meegedeeld, op welke wijze bezwaar gemaakt kan worden tegen het besluit.
Beschikking Dit is een schriftelijk besluit van de gemeente, gericht aan een persoon of een rechtspersoon. Ook een afwijzing is een beschikking.
De beschikking moet binnen een bepaalde termijn tot stand komen. Meestal is dat 8 weken. Afwijkende termijnen worden genoemd in de Verordening, waar het besluit op is gebaseerd. Gebeurt dat niet, dan moet dit schriftelijk aan de aanvrager worden meegedeeld en daarbij moet een redelijke termijn genoemd worden waarbinnen wel tot een beschikking wordt gekomen (voortgangsbericht).
Als een aanvrager tijd heeft gebruikt om de aanvraag aan te vullen, dan wordt de beslistermijn met die tijd verlengd.
Is de beslistermijn overschreden en is niet binnen een redelijke termijn beslist, dan kan bezwaar gemaakt worden alsof er een besluit is genomen (een zogenaamde fictieve beschikking). Dit geldt ook als geen voortgangsbericht is gestuurd.
Als een bestuursorgaan op eigen initiatief, dus zonder aanvraag vooraf, een besluit neemt, is dat een ambtshalve beschikking. Voorbeeld hiervan is de herziening van een genomen besluit.
Algemene regels voor de bezwaarprocedure Belanghebbenden kunnen bezwaar maken tegen:
besluiten (beschikkingen);
schriftelijke weigering een besluit te nemen;
uitblijven van een besluit.
Het bezwaar wordt ingediend bij het bestuursorgaan, dat het besluit heeft genomen of nagelaten. Als het om een aanvraag leerlingenvervoer gaat, is dat de gemeente. Het bezwaar moet binnen 6 weken worden ingediend. Deze termijn staat in de beschikking. Bij overschrijding van de termijn is men niet-ontvankelijk, dus het bezwaar wordt niet behandeld.
Vormvereiste bezwaarschrift Het bezwaar moet aan de volgende eisen voldoen:
volledige naam, adres, handtekening, en datum;
omschrijving van het besluit, waartegen men bezwaar maakt (datum, nummer en inhoud);
motivatie van het bezwaar en vermelding van het besluit, dat men wel verwacht;
Lukt het niet om tijdig een bezwaar in te dienen, dan kan (wel tijdig) een zogenaamd pro-forma-bezwaar worden ingediend. De bezwaren kan men dan later motiveren.
Als niet wordt voldaan aan deze algemene vereisten, is het bezwaar niet-ontvankelijk, met andere woorden: het wordt niet behandeld. De indiener moet echter eerst in de gelegenheid zijn gesteld om zijn verzuim binnen redelijke termijn te herstellen.
Hoorplicht bij bezwaarprocedure Belanghebbenden moeten worden gehoord. Dit zijn in ieder geval de indiener van het bezwaar. Maar ook andere belanghebbenden moeten in de gelegenheid gesteld worden, bijvoorbeeld via een publicatie in huis-aan-huisbladen.
De betrokkenen moeten alle stukken, die van belang zijn, tijdig inbrengen. Dit geldt dus voor de indiener van het bezwaar maar ook voor de gemeente. Een week voor de hoorzitting, worden de stukken ter inzage gelegd.
Van de hoorplicht kan worden afgeweken, indien:
het bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk is;
het bezwaar kennelijk ongegrond is;
belanghebbenden hebben verklaard geen gebruik te willen maken van het recht te worden gehoord;
aan het bezwaar volledig wordt tegemoet gekomen en anderen daardoor niet in hun belang worden geschaad.
Het besluit moet volledig heroverwogen worden. Dat wil zeggen, dat alle aspecten opnieuw worden bekeken. Ook feiten en omstandigheden die pas na het besluit bekend zijn geworden, kunnen naar voren worden gebracht.
Het indienen van een bezwaarschrift, betekent niet dat het besluit wordt geschorst. Het eerdere besluit blijft van kracht, totdat er een nieuw besluit is genomen of tot er een voorlopige voorziening is getroffen.
Als men het niet eens is met het besluit op het bezwaarschrift, kan men beroep aantekenen bij de rechtbank, sector bestuursrecht, of bij een hoger bestuursorgaan. De juiste instantie wordt vermeld in het besluit op het bezwaarschrift.
Bijstand door een deskundige Bij een bezwaar- of beroepsprocedure kan men zich laten bijstaan door een deskundige. Het is van belang om met goede argumenten te komen, dus het is verstandig dit te doen. Voor advies kunt u zich wenden tot de Sociaal Raadslieden of een Bureau voor Rechtshulp ter plaatse. Ook kunt u advies vragen bij het Juridisch Steunpunt van de CG-Raad via mail:info@juridischsteunpunt.nlof telefonisch: 035 - 672 26 66. Ook via de Informatie- en advieslijnen van de Federatie van Ouderverenigingen kunt u juridisch advies vragen via mail: utrecht@fvo.nl of telefonisch: 030 - 236 37 67.
Verdergaande juridische ondersteuning ontvangt u alleen als u lid bent van een van de aangesloten organisaties of ouderverenigingen.
Voorlopige voorziening Tijdens de bezwaar- of beroepsprocedure kan een beroep gedaan worden op een voorlopige voorziening. Dit wil zeggen, dat een besluit wordt genomen voor de periode, dat de behandeling duurt. Dit kan worden gevraagd bij de voorzieningenrechter van de rechtbank.
Besluit op bezwaarschrift Dit moet binnen 6 weken worden genomen. Deze termijn kan met 4 weken worden verlengd, bijvoorbeeld als advies wordt gevraagd aan een onafhankelijk deskundige.
Klachtenbehandeling door de gemeente In de Algemene Wet Bestuursrecht is een regeling opgenomen over de minimumeisen waaraan de behandeling van klachten door bestuursorganen zoals de gemeente moet voldoen. Iedere burger kan een klacht indienen als hij/zij ontevreden is over de manier waarop hij/zij is bejegend door de gemeente of de ambtenaar.
Minimumeisen:
de indiener krijgt een ontvangstbevestiging;
hij/zij wordt gehoord;
de klacht wordt in beginsel binnen 6 weken afgehandeld;
de klacht wordt behandeld door iemand, die niet betrokken is geweest bij de gedraging waar de klacht zich tegen richt.
Zoals gezegd zijn dit de minimale eisen. Veel gemeenten hebben een eigen Klachtenverordening. Het kan ook zijn dat ze een klachtenverordening hebben specifiek voor het leerlingenvervoer. Informeer hiernaar bij de afdeling onderwijs of de afdeling voorlichting van uw gemeente.
Ook kan een gemeente een gemeentelijke ombudsman instellen, waar u na afloop van de klachtenprocedure terecht kunt.
Nationale Ombudsman Als men niet tevreden is over de klachtenafhandeling, kan men in veel gevallen naar de Nationale Ombudsman. Dit is gratis. Voorwaarde is, dat de klacht eerst is voorgelegd aan de gemeente, waar de klacht betrekking op heeft.
De Ombudsman kan gevraagd worden om een onderzoek in te stellen. Ook heeft de Nationale Ombudsman de mogelijkheid op eigen initiatief een onderzoek in te stellen naar het functioneren van overheidsorganen.
De klacht moet binnen een jaar na het onbehoorlijk optreden worden ingediend. De Nationale Ombudsman mag geen onderzoek instellen naar:
algemeen regeringsbeleid of de inhoud van wettelijke voorschriften;
zaken, waarover al een rechterlijke uitspraak is gedaan;
zaken, waar een administratieve rechtsgang voor openstaat, zoals bezwaar en beroep;
zaken, waarvoor een procedure bij een rechterlijke instantie gaande is.
In veel gevallen wordt de klacht verholpen door tussenkomst van de Nationale Ombudsman. Dit noemt men interventiemethode. Lukt het niet, dan zal een onderzoek gestart worden. De resultaten hiervan worden vastgelegd in een rapport. De Nationale Ombudsman kan niets afdwingen, maar in veel gevallen worden zijn aanbevelingen wel uitgevoerd.
Er bestaat ook een Stichting De Ombudsman, voortgekomen uit het voormalige Varaprogramma De Ombudsman. Deze stichting signaleert problemen en probeert structurele problemen op te lossen. In individuele kwesties adviseren of verwijzen ze. Ze zijn nadrukkelijk geen hulpverlenende instantie.
De problemen kunnen liggen op het terrein van gevolgen van overheidsbeleid of van het bedrijfsleven. Als ze actie ondernemen bij structurele problemen, gebeurt dit vooral via media-aandacht. Ze werken nauw samen met de publieke omroepen.
Meer informatie vindt u op www.stichtingdeombudsman.nl.