Door de onafhankelijke organisatie KBOH (Kwaliteits- en Bruikbaarheidsonderzoek van Hulpmiddelen voor gehandicapten en ouderen) zijn de wettelijke regels en aanvullende richtlijnen voor het veilig vervoer van rolstoelinzittenden vastgelegd in de Code VVR. De Code VVR is in beginsel alleen van toepassing op 'besloten collectief vervoer', bijvoorbeeld aangepast leerlingenvervoer en WVG-vervoer, maar ook goed toepasbaar op andere vormen van rolstoelvervoer.
De Code VVR is bestemd voor de volgende groepen:
rolstoelinzittenden en begeleiders
aanbesteders en opdrachtgevers van vervoer van rolstoelinzittenden (waaronder gemeenten en zorginstellingen)
technische en ergonomische adviseurs van hulpmiddelen en vervoersvoorzieningen voor rolstoelinzittenden
aanbieders van vervoer (taxibedrijven en zorginstellingen)
chauffeurs
fabrikanten en importeurs van rolstoelen
fabrikanten en importeurs van rolstoelvastzetsystemen (RIBS'en) en carrosserie-aanpasbedrijven
De Code VVR bevat de wettelijke regels en aanvullende richtlijnen. Deze richtlijnen kunnen door de verschillende partijen worden gebruikt als leidraad. Met elkaar vormen wettelijke regels en aanvullende richtlijnen voor alle betrokken partijen een kader voor het veilig vervoer van rolstoelgebruikers.
Kort samengevat houden de richtlijnen van de Code VVR het volgende in:
permanent rolstoelinzittenden zorgen dat zij beschikken over een vervoerbare rolstoel en staan toe, dat hun rolstoel en zijzelf worden vastgezet;
chauffeurs volgen veiligheidsprocedures en gebruiken materialen op de juiste manier;
aanbieders van vervoer zorgen voor veilig materiaal (auto's en vastzetsystemen). Zij stellen de chauffeurs in staat tot veilig gedrag. Zij laten hun chauffeurs de nodige opleidingen en trainingen volgen. Het tijdschema is ruim genoeg om veilig te rijden.
de aanbesteders gunnen de opdracht aan die vervoerder die de veiligheidsvoorschriften navolgt. De aanbesteder maakt dit ook financieel mogelijk. Hij ziet erop toe dat de aanbieder zich aan de richtlijnen houdt.
rolstoeladviseurs zorgen, dat de aanschaf van een veilig vastzetbare rolstoel wordt geadviseerd i.v.m. veilig vervoer;
rolstoelfabrikanten geven voorrang aan het ontwikkelen van veilig vastzetbare rolstoelen met gemarkeerde bevestigingspunten. Zij laten rolstoelen op veiligheid testen. Zij geven duidelijke gebruiksaanwijzingen voor veilig gebruik.
carrosseriebedrijven stellen zich op de hoogte van de veiligheidsrichtlijnen en passen deze toe bij aanpassing van voertuigen voor rolstoelvervoer;
fabrikanten en importeurs van RIBS'en laten hun vastzetsystemen testen.
Door 7 grote koepelorganisaties is in december 2001 een convenant getekend, waarin zij stellen dat veilig rolstoelvervoer in ieder geval aan de Code VVR moet voldoen. Twee van deze koepelorganisaties zijn voor het leerlingenvervoer van belang:
KNV-Taxi: de brancheorganisatie van het taxivervoer
VNG: de Vereniging van Nederlandse gemeenten.
In het convenant beloven zij zich in te spannen om veilig rolstoelvervoer volgens de code VVR tot stand te brengen. Deze koepelorganisaties kunnen het convenant niet tekenen namens hun leden. Daarom zijn er deelconvenanten, die door gemeenten en vervoerders getekend kunnen worden. Op de website www.veiligvervoer.nl vindt u uitgebreide informatie over de Code VVR en het convenant.
Een (startende) adviesraad kan er bij uw gemeente op aandringen, dat zij het "deelconvenant" gemeenten voor het hanteren van de Code VVR tekenen. Dit betekent, dat zij dan bij de aanbesteding van het leerlingenvervoer ook rekening zullen houden met de Code VVR. Zij zullen dan de eis stellen in het bestek van de aanbesteding dat de vervoerder aan de Code VVR moet voldoen.
Rapport TNO: "Melding (bijna)ongevallen in het rolstoelvervoer" In opdracht van het ministerie van Verkeer en Waterstaat is door TNO een meldpunt en meldingsprocedure van (bijna) ongevallen in het rolstoelvervoer in het leven geroepen. De bevindingen zijn in bovengenoemd rapport samengevat.
Uit dit rapport blijkt dat er een kloof gaapt tussen het convenant VVR en de praktijk. In veel gevallen werd voor de rolstoelinzittende geen gordel gebruikt. Een aantal keren werd de rolstoel niet of verkeerd vastgezet. Ook het gebruik van liften en oprijplaten leidde tot ongevallen en onveilige situaties. Ook werd vaak geen rekening gehouden met het feit, dat een rolstoel minder comfortabel is dan een voertuigstoel.
Een aantal ongevallen leidde in de meldperiode tot blijvende verwondingen en in twee gevallen overleden rolstoelpassagiers aan de gevolgen van hun verwondingen. Een deel van de meldingen betrof het leerlingenvervoer. Aangetekend wordt, dat het merendeel van de meldingen voorkomen had kunnen worden bij zorgvuldig gebruik van beschikbare veiligheidssystemen.
Uit het rapport komen de volgende punten naar voren die van belang zijn voor veilig rolstoelvervoer:
gebruikers van scootmobielen moeten overstappen naar een vaste zitplaats. Een scootmobiel kan niet veilig worden vastgezet en dit geldt ook voor de berijder. Ook is een scootmobiel soms te lang voor een lift met afrijdbeveiliging.
elektrische rolstoelen moeten ook worden vastgezet. Er bestaat een misverstand dat dit door het eigen gewicht en door de remmen niet hoeft.
een heupgordel biedt maar beperkte beveiliging tegen uit de rolstoel vallen bij een noodstop of botsing. Beter is een driepuntsgordel en in sommige gevallen een vier- of vijfpuntsgordel.
in veel gevallen wordt er in taxibusjes te weinig ruimte gereserveerd voor rolstoelen, waardoor geen gebruik kan worden gemaakt van een vierpuntssysteem. Aan de achterzijde van de rolstoel zitten twee sjor-ogen. Deze zijn bedoeld voor transport van de rolstoel (reparatie) en niet geschikt voor een vierpuntssysteem. Toch worden ze hiervoor gebruikt.
een laadklep is niet geschikt als lift! Afritbeveiliging is noodzakelijk.
Dit zijn punten, die door de gemeente meegenomen moeten worden in het contract met de vervoerder. De adviesraad kan de gemeente hierop wijzen.