Algemeen Informatie Links en adressen Ontmoetingen Publicaties

Logo LeerlingenvervoerWoordbeeld Project Adviesraden Leerlingenvervoer


Veel gestelde vragen

Algemeen: de antwoorden op onderstaande vragen zijn gebaseerd op de modelverordening van de Vereniging van Nederlandse gemeenten. Gemeenten kunnen hiervan afwijken. In dat geval zal getoetst moeten worden of dit volgens de wet toegestaan is, bijvoorbeeld in een beroepsprocedure bij de rechter.

Lange reistijd tussen huis en school en omgekeerd met aangepast vervoer
Vraag: Kim komt om 15.15 uur uit school en is om 16.30 uur thuis. Zij reist met een taxibusje. De afstand afleggen per auto duurt niet langer dan 15 minuten. Mijn kind komt moe thuis en heeft geen zin meer om nog te gaan spelen. Er is toch een regel, dat de reis niet langer mag duren dan 45 minuten?

Antwoord: Er geldt in principe geen maximum reistijd voor leerlingenvervoer. Voor leerlingen is de reistijd soms erg lang, ook als het gaat om aangepast vervoer. Het is vermoeiend en er blijft weinig tijd over om met kinderen in de buurt te spelen of om naar een vereniging te gaan.
Via een beroepszaak bij de rechter kan getracht worden om in een individueel geval de reistijd te beperken op grond van ziekte of handicap. Er is een gerechtelijke uitspraak uit 1993, waarin dit is bepaald. Dit is echter zeker geen regel. Er bestaat dan ook geen regel, dat de reis niet langer mag duren dan 45 minuten. Dit is wel een aanbeveling, die in de brochure Vlug en Veilig wordt genoemd. (Zie bij brochures in de inhoudsopgave van de website.)
Soms is de lange reistijd een gevolg van de lange afstand tussen huis en school. In dat geval is er weinig te doen aan de reistijd.
De reistijd kan ook het gevolg zijn van het combineren van vervoer van leerlingen van verschillende scholen. In dat geval is het zinvol met de gemeente en de vervoerder te overleggen of dit verbeterd kan worden. Een adviesraad leerlingenvervoer kan daarbij een belangrijke rol spelen.


Delen van zitplaatsen in het taxibusje
Vraag: Mijn zoon Jan van 7 deelt een zitplaats met een ander kind. Dit leidt vaak tot geduw en geruzie tijdens de rit, waardoor Jan een hekel krijgt aan het vervoer. Is dit toegestaan?

Antwoord: Vanaf 1 januari 2004 wordt de regeling, op grond waarvan dit is toegestaan, opgeheven. Dat wil zeggen, dat elk kind een eigen zitplaats moet krijgen. De gemeente ontvangt extra geld om dit te betalen.


Gebruik van kinderzitje in de taxi
Vraag: Mijn dochter Isabella van 7 jaar is zwaar spastisch en heeft een slechte rompfunctie. Ik wil dat mijn dochter in een kinderzitje wordt vervoerd, maar de chauffeur zet haar niet eens vast in haar buggy.

Antwoord: Leerlingenvervoer moet veilig vervoer zijn. De gemeente kan hiervoor eisen stellen in het contract met de vervoerder. Het is een zaak van een adviesraad om daar goed op te letten, zeker bij nieuwe aanbesteding van het vervoer. Het voertuig moet natuurlijk aan wettelijke vereisten voldoen. In nieuwe voertuigen is het vanaf oktober 1999 wettelijk verplicht, dat zitplaatsen zijn voorzien van driepuntsgordels en hoofdsteunen. Bij het vervoer van jonge kinderen moeten kinderzitjes gebruikt kunnen worden. Deze moeten door de ouders verzorgd worden.
In het geval van Isabella is sprake van een kinderzitje, dat noodzakelijk is in verband met haar handicap. Als de vervoerder weigert om dit te gebruiken, is het zaak dit op te nemen met de gemeente. De gemeente heeft een zorgplicht om passend vervoer aan te bieden.


Verhogen kilometergrens van 4 naar 6 kilometer
Vraag: Om de kosten van leerlingenvervoer te kunnen beperken, is de gemeente van plan om de kilometergrens voor leerlingenvervoer naar 6 kilometer te verhogen. Is dat toegestaan?

Antwoord: Ja, dat is toegestaan. De grens van 6 kilometer is opgenomen in de modelverordening en ook in enkele gerechtelijke uitspraken is dit goedgekeurd. De afstand wordt gemeten tussen woning en school, langs de kortste voor de leerling voldoende begaanbare en veilige weg.
Een adviesraad leerlingenvervoer kan argumenten aandragen aan de gemeente om de kilometergrens te handhaven.


Gedragsproblemen in het leerlingenvervoer en begeleiding
Vraag: Mijn zoon van 14 bezoekt het voortgezet speciaal onderwijs. Mijn zoon heeft onder andere PPD NOS en kan uitbarstingen hebben. Wij krijgen veel klachten van het vervoersbedrijf over zijn gedrag en men dreigt hem te weigeren in de taxi. Ik ben bereid mee te rijden, maar dat wil het taxibedrijf niet. Wat moet ik doen?

Antwoord: In principe begeleidt de chauffeur de leerlingen. Gelukkig zijn er ook gemeenten, die zorgen voor begeleiding in het aangepast vervoer.
Ouders worden geacht hun kinderen te instrueren, dat ze zich zo gedragen, dat er geen ongeregeldheden ontstaan tijdens het vervoer. In het geval van uw zoon zijn de gedragsproblemen het gevolg van zijn aandoening, en ligt dit veel gecompliceerder. De Vereniging van Nederlandse gemeenten stelt zich op het standpunt, dat ouders verantwoordelijk zijn als er extra begeleiding nodig is. In dat geval zal de gemeente de ouders een of meer zitplaatsen beschikbaar stellen voor begeleiding. De gemeente is gehouden aan haar wettelijke zorgplicht te voldoen om passend vervoer te verstrekken.
In uw geval kunt u zich richten tot de gemeente, die verantwoordelijk is voor het vervoer.
Een adviesraad leerlingenvervoer kan met de gemeente overleggen over begeleiding in het algemeen.


Kinderen wurmen zich uit de gordels
Vraag: Mijn zoon Ferdi heeft een autistische stoornis en reist met leerlingenvervoer. Ik vind dit niet veilig, want het gebeurt herhaaldelijk, dat kinderen zich uit de gordel wurmen.

Antwoord: De chauffeur is verantwoordelijk voor de veiligheid van het vervoer. De chauffeur moet ook op de weg letten, dus dat is niet altijd eenvoudig. Extra begeleiding in de bus zou hier de oplossing zijn. In veel gemeenten worden ouders geacht deze begeleiding te regelen, waarvoor zij dan een of meer extra zitplaatsen ter beschikking krijgen.
Dit is een onderwerp, dat een adviesraad leerlingenvervoer kan oppakken.


Onveilig rolstoelvervoer
Vraag: Mijn dochter van 9 is met de rolstoel omgevallen in de taxi. Ik ben bang om haar nu mee te sturen, want ik vertrouw de borgpen niet.

Antwoord: De gemeente hoort te zorgen voor veilig leerlingenvervoer. Dit kan zij doen door bepalingen op te nemen in het contract met de vervoerder. Dit is een punt, waar een adviesraad leerlingenvervoer veel aandacht aan zal moeten geven, zeker als het vervoer opnieuw wordt aanbesteedt.
Voor de rolstoel zelf gelden geen wettelijke regels als het om vervoer gaat. In de Code Veilig Vervoer Rolstoelinzittenden zijn enkele normen genoemd, waaraan rolstoelen moeten voldoen.
Voor het vastzetsysteem en het voertuig gelden wel enkele wettelijke regels. Als het taxibusje gebruikt wordt in het kader van de Wet Personenvervoer, moet de bus ingericht zijn met een rolstoelvastzetsysteem en veiligheidsgordels en deze moeten ook gebruikt worden. Op de website
www.veiligvervoer.nl vindt u meer informatie over de Code Veilig Vervoer Rolstoelinzittenden.

Openbaar vervoer in plaats van taxibus
Vraag: mijn dochter van 10 reist al jaren met de taxibus naar het speciaal basisonderwijs. Nu hebben we bericht gekregen, dat wij voortaan alleen een vergoeding krijgen voor openbaar vervoer. Mijn dochter heeft leer- en gedragsproblemen en zij kan niet alleen met openbaar vervoer reizen en wij kunnen haar niet begeleiden. Van andere ouders hoorden wij hetzelfde verhaal. Er zijn nog maar weinig kinderen die met de taxibus vervoerd blijven worden.

Antwoord: Onder druk van bezuinigingen zijn er helaas steeds meer gemeenten die heel streng indiceren welke kinderen met de taxibus vervoerd worden. Alle andere kinderen krijgen een vergoeding voor het openbaar vervoer. Soms wordt van ouders verwacht dat zij het kind begeleiden, zonder rekening te houden met de gezinssituatie of werk. Er wordt nauwelijks rekening gehouden met bijvoorbeeld verstandelijke beperkingen of leer- en gedragsproblemen waardoor kinderen niet veilig met openbaar vervoer kunnen reizen. Voor individuele ouders is het belangrijk om bij de aanvraagprocedure duidelijk aan te geven om welke redenen vervoer met de taxibus noodzakelijk is. Voeg zoveel mogelijk bewijsmateriaal bij, zoals verklaringen van arts, therapeut of school. Teken zo nodig bezwaar aan tegen een afgegeven beschikking. Ook dan geldt: zoveel mogelijk informatie over het kind toevoegen en waarom het kind aangewezen is op vervoer met de taxibus.
Als een gemeente door bezuinigingen een dergelijke streng beleid invoert of wil invoeren is het van groot belang dat ouders samen in actie komen om duidelijk te maken welke gevolgen dit heeft voor kinderen en ouders. Dit kan via een adviesraad of als die er nog niet is, gewoon door ouders gezamenlijk. Neem contact op met de wethouder, de burgemeester, gemeenteraadsleden. Vertel uw verhaal en maak duidelijk om welke kwetsbare kinderen het gaat. Eventueel kunt u contact opnemen met de lokale pers of een actie organiseren.


Vervoer naar Logeerhuis
Vraag: Onze gehandicapte dochter Marieke reist met taxivervoer naar haar school in een andere gemeente. Zij gaat vanaf volgende maand eenmaal in de maand een weekend naar een logeerhuis, zodat wij als gezin even ontlast zijn van de zware zorg voor Marieke. Nu blijkt dat de gemeente het vervoer van en naar het logeerhuis niet wil regelen. Door de gezinssituatie kunnen wij zelf ook het vervoer niet regelen. Wij willen Marieke graag thuis blijven verzorgen en het helpt als wij een weekend in de maand even lucht hebben. Waarom kan zij niet met de taxi naar het logeerhuis in plaats van ons huisadres?

Antwoord: Leerlingenvervoer is wettelijk gezien het vervoer tussen het vaste verblijfadres en school. Logeerhuizen zijn tijdelijke verblijfadressen en vallen dus niet onder de wettelijke regeling. Er zijn gemeenten die het vervoer naar logeerhuizen onder leerlingenvervoer laten vallen, maar zij zijn dat niet verplicht. Door de CG-Raad en de Federatie van Ouderverenigingen wordt via politieke weg getracht om het vervoer tussen school en logeerhuizen (en andere vormen van tijdelijk verblijf) geregeld te krijgen. Als ouders kunt u via een adviesraad leerlingenvervoer uw gemeente proberen te bewegen om dit vervoer te regelen via het leerlingenvervoer.