Het voertuig waarmee de leerlingen worden vervoerd, moet veilig zijn. In de overeenkomst die de gemeente met de vervoerder sluit, kunnen kwaliteitseisen voor het vervoer en het voertuig worden opgenomen. Om te beginnen moet het voertuig natuurlijk aan wettelijke eisen voldoen.
Regeling zitplaatsverdeling bussen en auto's Sinds 1 januari 2004 is deze regeling zo aangepast, dat kinderen in taxibussen recht hebben op een eigen zitplaats. En een eigen zitplaats betekent ook een gordel voor elk kind.
Gordels In het Voertuigreglement (art. 5.2.47 van 1-1-2001) is het volgende bepaald:
in auto's en busjes gebouwd vanaf 1990 moeten autogordels aanwezig zijn en worden gebruikt op alle naar voren gerichte plaatsen;
in auto's en busjes gebouwd vanaf oktober 1999 moeten driepunts-autogordels aanwezig zijn en worden gebruikt op alle naar voren en naar achteren gerichte plaatsen.
In het TNO-rapport (Veiligheidsadviezen voor het verbeteren van het leerlingenvervoer naar en van speciaal onderwijs - 1995), dat overgenomen is door de minister van Verkeer en Waterstaat, wordt het volgende bepleit:
bij vervoer van rolstoelen moeten deze worden vastgezet met daarvoor bestemde beugels. Bovendien dient voor de persoon in de rolstoel een aparte gordel te worden gebruikt die aan het vastzetsysteem of de bodemplaat vastzit. Het meest veilige vervoer is het vervoer in een autostoel met gebruikmaking van een gordel. In de Code Veilig Vervoer Rolstoelinzittenden die in 1999 door vele betrokken organisaties en instanties is vastgesteld, is bepaald hoe rolstoelen het best kunnen worden vastgezet.
Alle zitplaatsen in het voertuig moeten standaard zijn voorzien van driepunts veiligheidsgordels en hoofdsteunen. In de nieuwe voertuigen (vanaf oktober 1999) is dit wettelijk verplicht. Bij het vervoer van jonge kinderen moeten kinderzitjes gebruikt worden, door de ouders te verzorgen.
Er mag niet meer dan één kind per zitplaats vervoerd worden. Elk kind moet vooruit kunnen kijken.
In het voertuig moet voldoende loopruimte zijn om in noodsituaties de kinderen te kunnen bereiken.
Andere voorzieningen in het voertuig Het gebruik van kindersloten kan in bepaalde gevallen de veiligheid vergroten, maar in andere gevallen juist grote risico's opleveren. Belangrijk is dat het voertuig in geval van nood van buitenaf geopend moet kunnen worden. Wellicht kan de techniek er in de toekomst in voorzien dat deuren tijdens de rit zijn afgesloten maar in geval van een calamiteit toch van binnenuit te openen zijn.
Aanbeveling 9 uit Vlug en Veilig: Elk voertuig beschikt over een compleet ingerichte EHBO-doos, een in goede staat verkerende brandblusser en is voorzien van (mobiele) communicatieapparatuur.