Vlug & VeiligVlug & Veilig Een handreiking voor ouders voor het leerlingenvervoer naar basisscholen en scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs Colofon In 1990 verscheen de eerste druk van de brochure ‘Vlug en veilig naar school’ als een gezamenlijk uitgave van de ouderorganisaties, de CG-Raad (Chronisch zieken en Gehandicapten Raad Nederland), en FvO (Federatie van Ouderverenigingen). Deze zevende, geheel herziene druk is een uitgave van de CG-Raad, FvO en de landelijke organisaties van ouders in het onderwijs LOBO, NKO, OUDERS&COO en VOO. Herziene tekst: M. van Oudheusden, A. Verschoor en E. Visser Eindredactie: Marja van Charante Fotografie: Paul Romijn, Utrecht Vormgeving: www.enof.nl Druk: Libertas, Bunnik Utrecht, april 2002 Deze uitgave is mede mogelijk gemaakt door bijdragen van: . De Nederlandse Stichting voor het Gehandicapte Kind. . Stichting Kinderpostzegels Nederland. . De Nationale Collecte Verstandelijk Gehandicapten. . Het Nationaal Revalidatie Fonds. Deze brochure is te bestellen bij de CG-Raad (tel. 030 – 291 66 50) of de FvO (tel. 030 – 236 37 67). Prijs: € 2,40 (exclusief porto- en administratiekosten). Inhoudsopgave Voorwoord 3 Enkele belangrijke begrippen 4 1. De gemeente en het leerlingenvervoer 2. Wie betaalt het leerlingenvervoer? 3. Kwaliteit en veiligheid van het leerlingenvervoer 4. Verantwoordelijkheden van betrokkenen 5. Adviesraad leerlingenvervoer 6. Wat te doen bij problemen? 7. Wet- en regelgeving 8. Literatuur 9. Adressen © © © © © © © © ©6 8 12 20 22 24 30 34 36 Voorwoord Kinderen in Nederland gaan naar school. In verreweg de meeste gevallen leggen zij de afstand naar school zelfstandig af of worden zij door hun ouders gehaald en gebracht. Soms gaat dat echter niet. Daarvoor kunnen verschillende redenen zijn, bijvoorbeeld een handicap of een veraf gelegen school. Ouders kunnen een beroep doen op de Regeling Leerlingenvervoer, wanneer aan bepaalde criteria wordt voldaan. Het leerlingenvervoer wordt geregeld door de gemeente waarin het betreffende kind woont. De gemeente is verantwoordelijk voor het leerlingenvervoer en kan, binnen bepaalde randvoorwaarden, zijn eigen verordening vaststellen. Ouders die problemen ervaren met het leerlingenvervoer zijn gebaat bij actuele, feitelijke en heldere informatie over de wet- en regelgeving rondom het leerlingenvervoer. Daarnaast is het voor hen van belang om te weten op welke wijze men het probleem het beste kan aanpakken. De ouderorganisaties hebben gemerkt dat het goed werkt als ouders gezamenlijk optrekken. Daarom zijn zij voorstander van het per gemeente instellen van een adviesraad leerlingenvervoer. Deze adviesraad kan meepraten, meedenken en meebeslissen over het leerlingenvervoer. Ouderorganisaties die zijn aangesloten bij de FvO en de CG-Raad en de landelijke organisaties van ouders in het onderwijs brengen de zevende druk van deze brochure uit. Zij hebben geconstateerd dat er veel knelpunten bestaan en dat ouders steeds meer informatie willen over de wijze waarop het leerlingenvervoer is georganiseerd. Zij willen tevens geïnformeerd worden over hun rechten en plichten. In deze brochure wordt – uitgebreider dan in de vorige druk – ingegaan op de verschillen tussen schoolsoorten en de wet- en regelgeving. De auteurs doen een aantal aanbevelingen. In hun werk als belangenbehartiger proberen zij deze aanbevelingen ook op een andere manier gerealiseerd te krijgen. Enkele belangrijke begrippen Deze brochure hanteert een aantal begrippen, beperking, passend bij de godsdienstige of Passend vervoer: die hier nader uitgelegd worden: levensbeschouwelijke overtuiging van ouders, Vervoer dat past bij de beperking en/of de dan wel een openbare school. leeftijd van een leerling. Indien ouders van Reguliere basisschool of speciale school voor mening zijn dat passend vervoer voor hun kind basisonderwijs (sbo) of school voor regulier aangepast vervoer betekent (taxi of ander – Leerlingenvervoer: Vervoer van leerlingen van en naar school waar voor de gemeente waar de leerling woont verantwoordelijk is. Modelverordening leerlingenvervoer: De door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) opgestelde richtlijn voor de wijze waarop het leerlingenvervoer uitgevoerd zou moeten worden. De meeste gemeenten hebben deze richtlijn overgenomen. Dichtstbijzijnde toegankelijke school: dichtstbijzijnde: De school die naar afstand gemeten het meest dichtbij ligt, gemeten langs de voor de leerling kortste, voldoende begaanbare en veilige weg. toegankelijke school: [2] School voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs, waarop de leerling is aangewezen op grond van zijn handicap of voortgezet onderwijs: de school waar ouders voor kiezen op basis van godsdienstige of levensbeschouwelijke overtuiging, dan wel een openbare school. Reistijd: De tijd welke de rit tussen de woning en de school duurt of andersom, aangevuld met 10 minuten wachttijd en looptijd (bij woning en school). Inkomen: Het volgens de Wet op de Inkomstenbelasting 1964 vastgestelde belastbare inkomen van de ouders in het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het schooljaar waarvoor leerlingenvervoer wordt aangevraagd (bijvoorbeeld: bij aanvraag van leerlingenvervoer voor schooljaar 2002 – 2003 wordt het inkomen van het jaar 2000 als grondslag genomen) besloten vervoer) moeten zij hun verzoek onderbouwen. De gemeente mag een onafhankelijke deskundige inschakelen om de noodzaak van aangepast vervoer te beoordelen. De gemeente kan van mening zijn dat openbaar vervoer (eventueel met begeleiding) voor een leerling passend vervoer is. Vergoeding vervoersvoorziening: Een vergoeding kan naast een financiële vergoeding ook een vergoeding ‘in natura’ zijn. Dit kan in de vorm van aangepast vervoer of verstrekking van een abonnement voor het openbaar vervoer. Ouders: Onder ouders verstaat men: ouders, voogden en verzorgers van de leerling. – 67 De gemeente en hetleerlingenvervoer1 1 De gemeente waar het kind woont is verantwoordelijk voor het leerlin genvervoer. Iedere gemeente heeft zijn beleid hiervoor vastgelegd in een Gemeentelijke Verordening Leerlingenvervoer. Ouders kunnen wettelijk gezien een beroep doen op het leerlingenvervoer voor het vervoer van en naar de ‘dichtstbijzijnde toegankelijke school’, als de afstand tussen school en thuis meer bedraagt dan een bepaald aantal kilometers (de zogenaamde drempel). Iedere gemeente bepaalt zelf deze ‘drempel’. De gemeente kan twee dingen doen: vervoer aanbieden of een vergoeding aan de ouders geven om zelf vervoer te regelen. De gemeente is verplicht om passend vervoer te regelen ‘indien de leerling, gelet op zijn verstandelijke, zintuiglijke of lichamelijke handicap of leeftijd, niet in staat is zelfstandig van het openbaar vervoer gebruik te maken’. De Regeling Leerlingenvervoer is alleen van toepassing op het vervoer tussen huis en school. Vervoer naar buitenschoolse opvang valt in principe dus niet onder het leerlingenvervoer. Hiervoor kunnen ouders een beroep doen op de AWBZ of de zorgverzekeraar. Voor ouders is het belangrijk dat hun kinderen vlug en veilig naar school worden vervoerd. In veel gemeenten is het vervoer goed geregeld en bij de ouders overheerst dan terecht tevredenheid, omdat een last van hun schouders wordt afgenomen. In de meeste gevallen maken ze probleemloos gebruik van het leerlingenvervoer. Er zijn echter ook gevallen waar het minder goed gaat. Situaties waarin vragen en problemen rijzen over de reisduur, de eigen bijdragen die sommige ouders moeten betalen, de kwaliteiten van de chauffeur, de veiligheid. Kortom: er zijn problemen met de kwaliteit en de kosten van het leerlingenvervoer. Gemeenten krijgen veel ruimte voor het vaststellen van eigen beleid, omdat de wetgeving met betrekking tot het leerlingenvervoer minimaal is. Gemeenten ontvangen een financiële vergoeding voor het leerlingenvervoer van het Rijk. Veel gemeenten zijn van mening dat de vergoeding te gering is om deugdelijk leerlingenvervoer te organiseren. Wanneer een gemeente de kosten voor het leerlingenvervoer omlaag wil brengen ontstaan er vaak problemen. Ouders en kinderen merken dan direct dat er een verslechtering optreedt. Veel ouders vinden het moeilijk de gemeente ertoe te bewegen iets te doen aan de problemen in het leerlingenvervoer. Zij beschikken vaak niet over de juiste informatie of kennen hun rechten niet. Het is voor hen ook nog onduidelijk welke wegen ze kunnen bewandelen als er problemen ontstaan. Deze uitgave voorziet in betere informatie voor ouders en anderen die met leerlingenvervoer te maken hebben. 9 Wie betaalt het leerlingenvervoer?2 2 Het vervoer van leerlingen van en Een drempelbedrag is een bedrag dat gekoppeld is ouders van kinderen met een handicap die naar naar school kost geld. De aan de kilometergrens die gemeenten mogen het regulier basisonderwijs en naar het spe gemeente ontvangt het grootste deel stellen. Ouders hebben geen recht op leerlingenver-ciaal basisonderwijs gaan. van dat geld van het rijk. Dit geld is ‘niet voer wanneer de afstand tussen school en huis – geoormerkt’. Dat wil zeggen dat de gemeente niet onder die grens (van maximaal zes kilometer) blijft. Hier onder volgt het overzicht van de mogelijkheden verplicht is om het geld volledig te besteden aan Ze betalen het vervoer dan helemaal zelf. voor het leerlingenvervoer per onderwijssoort. leerlingenvervoer. De ene gemeente heeft meer Boven die kilometergrens mogen ouders gebruik Voor alle scholen gaat op dat ouders vrijheid van financiële mogelijkheden en stelt hogere prioriteit maken van het leerlingenvervoer (als ze voldoen keuze hebben voor een school. Zij kunnen kiezen aan het leerlingenvervoer dan de andere. aan de voorwaarden) en betalen ze daarvoor een voor een school, op basis van levensovertuiging of De gemeente verstrekt aan ouders een ‘vergoe-eigen bijdrage (het drempelbedrag). De hoogte van godsdienst. De regeling leerlingenvervoer is steeds ding’ voor het leerlingenvervoer, als ze voldoen aan het drempelbedrag is gebaseerd op de kosten voor van toepassing op de dichtstbijzijnde, toegankelijke de door de gemeente gestelde voorwaarden. het openbaar vervoer tot de kilometergrens. De school. Een uitzondering wordt gemaakt voor leer hoogte kan gelijk zijn aan de kosten voor het reizen lingen die een schooladvies binnen cluster 4 krij – – Er zijn verschillende soorten vergoedingen: om zelf vervoer te regelen; voor een openbaar vervoer-abonnement voor kind (en eventueel begeleider); voor aangepast vervoer. Naast de rijksbijdrage ontvangt de gemeente in – in een, twee of drie zones in het openbaar vervoer. Het drempelbedrag voor één zone komt overeen met een eigen bijdrage van € 186,50 en voor twee en drie zones is dat € 316,50 (bedragen voor het schooljaar 2002 – 2003). Voor actuele informatie: www.leefwijzer.nl gen. De wetteksten zijn te vinden in de WPO art. 4, de WEC art. 4 en de WVO art. 4. Voor alle vormen van leerlingenvervoer geldt dat ze met ingang van schooljaar 2002 – 2003 aangevraagd worden bij de gemeente. Leerlingen in het regulier basisonderwijs veel gevallen een financiële bijdrage van ouders. Niet alle ouders betalen het drempelbedrag. Passend vervoer is hier in principe openbaar ver- Gemeenten mogen sinds 1 augustus 1998 een drempelbedrag vragen aan ouders van kinderen in het primair en voortgezet onderwijs. Wettelijk – Vrijgesteld zijn: voer, vervoer per fiets of ‘openbaar vervoer met ouders met een laag inkomen (minder dan begeleiding’ voor leerlingen tot 9 jaar. Aangepast € 19.900,– m.b.t. het schooljaar 2002 –2003); vervoer wordt alleen toegekend als de reistijd naar school met het openbaar vervoer meer bedraagt – gezien zijn ze hier niet toe verplicht en gelukkig zijn er ook gemeenten die hier geen gebruik van ouders van kinderen die een speciale school voor verstandelijk, lichamelijk, of zintuiglijk dan anderhalf uur en de reistijd door aangepast ver maken. gehandicapten bezoeken; voer met 50 procent teruggebracht kan worden Hans, vader van Roy ‘Het is toch merkwaardig dat wij voor het vervoer een drempelbedrag moeten betalen. Iedereen is het erover eens dat de sbo-school voor Roy de enige reële mogelijkheid is. We hebben niet om deze situatie gevraagd en zijn net zo min als ouders van gehandicapte kinderen in staat om voor een andere school te kiezen. Het lijkt net of we gestraft worden. Dit is principieel niet juist, nog afgezien van het geld’. 11 2 Wie betaalt het leerlingenvervoer? 2 Wie betaalt het leerlingenvervoer? 2 Wie betaalt het leerlingenvervoer? 2 Wie betaalt het leerlingenvervoer? of wanneer openbaar vervoer ontbreekt. Men kan Men kan geen aanspraak maken op vergoeding als Leerlingen in het SBO die in het schooljaar 2001– Leerlingen in het leerwegondersteunend onderwijs en geen aanspraak maken op vergoeding als de af-de afstand tussen huis en school kleiner is dan de 2002 een vervoersvoorziening kregen op basis van praktijkonderwijs stand tussen huis en school kleiner is dan de kilo-kilometergrens (maximaal zes kilometer). de wet Rea houden een gelijkwaardige voorziening Met ingang van het schooljaar 2002 – 2003 kunmetergrens (maximaal zes kilometer). Leerlingen tot negen jaar hebben recht op vergoe-gedurende de periode dat ze naar dezelfde school nen deze leerlingen geen aanspraak meer maken Financiële bijdrage van de ouders: ding van kosten openbaar vervoer en kosten van gaan. Aan de ouders mag geen drempelbedrag op leerlingenvervoer. Een uitzondering wordt Boven de kilometergrens van zes kilometer een begeleider. gevraagd worden. gemaakt voor de leerlingen die vanwege hun – geldt het drempelbedrag op basis van kosten Financiële bijdrage ouders: – lichamelijke, zintuiglijke of verstandelijke handicap Leerlingen in het Speciaal Onderwijs (SO) en Voortgezet openbaar vervoer (één, twee of drie zones). De gemeente mag een drempelbedrag vragen. Boven de kilometergrens (maximaal zes kilome niet of niet zelfstandig van het openbaar vervoer – ter) geldt het drempelbedrag op basis van de Speciaal Onderwijs (VSO): (WEC art. 4) gebruik kunnen maken. Leerlingen die in het Ouders met een inkomen onder de kosten openbaar vervoer (één, twee of drie Passend vervoer betekent hier openbaar vervoer, schooljaar, voorafgaand aan de nieuwe regeling inkomensgrens zijn vrijgesteld van een – zones). vervoer per fiets, openbaar vervoer met begeleiding (2001–2002) recht hadden op leerlingenvervoer, De gemeente mag een drempelbedrag vragen. of aangepast vervoer, wanneer de reistijd naar behouden dit recht zolang ze niet van school veran- Ouders met een inkomen onder de school met het openbaar vervoer meer bedraagt deren. Deze overgangsregeling geldt ook voor leer eventueel drempelbedrag. Er kan eventueel sprake zijn van een – draagkracht-afhankelijke bijdrage als de reis-inkomensgrens zijn vrijgesteld van een dan anderhalf uur en de reistijd door aangepast lingen van svo-lom, svo-mlk en orthopedagogisch/ afstand meer dan 20 kilometer bedraagt. Leerlingen van de speciale school voor basisonderwijs – eventueel drempelbedrag. vervoer met 50 procent kan worden terug gebracht; didactisch centrum. Er mag geen draagkracht-afhankelijke bijdrage als openbaar vervoer ontbreekt of wanneer de worden gevraagd aan ouders van SBO-leerlinlichamelijke, zintuiglijke of verstandelijke handicap (SBO) De vergoeding wordt gegeven op basis van de kosten voor openbaar vervoer, vervoer per fiets of ‘openbaar vervoer met begeleiding’ voor leerlingen tot negen jaar. Aangepast vervoer wordt alleen toegekend wanneer de reistijd naar school met het openbaar vervoer meer bedraagt dan anderhalf uur en de reistijd door aangepast vervoer met 50 procent terug kan worden gebracht of wanneer openbaar vervoer ontbreekt. gen. Gehandicapte leerlingen in het regulier basisonderwijs, het speciaal basisonderwijs en het voortgezet onderwijs Leerlingen die niet of niet zelfstandig van het openbaar vervoer gebruik kunnen maken, hebben de mogelijkheid om gebruik te maken van leerlingenvervoer: dat wil zeggen: openbaar vervoer met begeleiding, aangepast vervoer of eigen vervoer, rekening houdend met de kilometergrens. Ouders betalen geen eigen financiële bijdrage. dit vereist. Er kan geen aanspraak worden gemaakt op vergoeding als de afstand tussen huis en school kleiner is dan de kilometergrens (maximaal zes kilometer), tenzij de structurele handicap van de leerling vervoer binnen de kilometergrens noodzakelijk maakt. Ouders betalen geen financiële bijdrage. 12 13 Kwaliteit en veiligheidvan het leerlingenvervoer3 3 3.1 Reisduur De reistijden in het leerlingenver voer zijn voor sommige kinderen erg lang. Ouders willen voor hun kinderen een zo kort mogelijke reisduur. Soms is een kind door ziekte of handicap niet in staat om lang te reizen. Het reizen zelf is voor sommige leerlingen erg vermoeiend. Bovendien zullen de kinderen al vroeger dan andere kinderen van huis gaan en ook later thuiskomen. Er is bijna geen tijd om te spelen met andere kinderen in de eigen woonomgeving of om bijvoorbeeld op een club te gaan. Vooral voor erg jonge kinderen is een korte reistijd noodzakelijk. De wet stelt geen maximum-reistijd vast. Er is wel een aantal gerechtelijke uitspraken over wat wel en niet aanvaardbaar is. Bijvoorbeeld een uitspraak uit 1993 waarin is bepaald dat de reistijd van school naar huis voor een negenjarig gehandicapt kind moet worden teruggebracht van anderhalf naar één uur (zie het Handboek Leerlingenvervoer, van de VNG, hoofdstuk jurisprudentie). Situaties zijn echter vaak verschillend en daarom kunnen hieruit geen algemene conclusies worden getrokken. Aanbeveling 1: De enkele reistijd bedraagt niet meer dan 45 minuten, tenzij dit door de zeer lange afstand niet anders kan. Als de reistijd van 45 minuten regelmatig wordt overschreden, neemt de gemeente maatregelen om de reistijd korter te maken. Aanbeveling 2: De leerlingen worden niet eerder dan een kwartier voor de school begint bij de school afgezet. Zij worden binnen 15 minuten na het einde van de schooltijd weer opgehaald. Vanzelfsprekend moeten leerlingen gedurende de volledige schooltijd de lessen bij kunnen wonen. In sommige gevallen is een rit met het openbaar vervoer korter dan met aangepast vervoer. Maar vaker is aangepast vervoer sneller. Een belangrijke richtlijn: wanneer de reistijd per openbaar vervoer langer is dan anderhalf uur –en de rit per taxibus (of ander aangepast vervoer) minder dan de helft van deze tijd bedraagt – dan moet de gemeente ook daadwerkelijk aangepast vervoer vergoeden. Modelverordening leerlingenvervoer, art. 13 en 18: Burgemeester en wethouders kennen een vergoeding toe op basis van de kosten van aangepast vervoer aan de ouders van de leerling die, met gebruikmaking van openbaar vervoer naar school of terug, meer dan anderhalf uur onderweg is en de reistijd met aangepast vervoer tot 50 procent of minder van de reistijd per openbaar vervoer kan worden teruggebracht. 3.2 In- en uitstappen Sommige gemeenten maken gebruik van opstapen overstapplaatsen om het vervoer efficiënter te kunnen organiseren. Hiervoor bestaan geen wettelijke regels. Zo’n verzamelplaats van kinderen geeft veel ouders een gevoel van onveiligheid. Als een dergelijke ‘halte’ nodig is, moet deze aan een aantal voorwaarden voldoen. Het is van belang dat de gemeente hier serieus werk van maakt. Aanbeveling 3: Een opstap- en overstapplaats moet: . maximaal 500 meter van huis liggen; . veilig bereikbaar zijn; . beveiligd zijn, zodat kinderen niet op de rijweg of het fietspad kunnen komen; Petra, moeder van Melvin ‘Melvin heeft het erg naar zijn zin op school, maar hij kan niet goed tegen het reizen. Soms wordt hij misselijk. Om drie uur gaat de school uit. Tegen half vijf is hij pas thuis. Hij heeft dan geen tijd, energie en zin meer om met kinderen uit de buurt te spelen. Zo raakt hij zijn oude vriendjes kwijt’. 15 17 3 Kwaliteit en veiligheid van het leerlingenvervoer . zo liggen dat verkeer niet met grote snelheid kan passeren; . een schuilplaats bieden tegen kou, wind en regen; . herkenbaar zijn voor kinderen en andere ver- keersdeelnemers, bijvoorbeeld door een speci- aal bord. Aanbeveling 4: Op elke opstap-, overstap- en aankomstplaats dient een volwassen begeleider aanwezig te zijn aan wie het kind kan worden overgedragen. Aanbeveling 5: Een gemeente die overweegt opstap- en/of over- stapplaatsen in te stellen, voert daarover overleg met de Adviesraad Leerlingenvervoer, of indien er geen is, met de betrokken scholen en ouders. Aanbeveling 6: Een onafhankelijke commissie adviseert de gemeente welke kinderen op medische of sociale gronden geen gebruik kunnen maken van de opstapplaats, en dus thuis opgehaald moeten wor- den. 3.3 Begeleiding Volgens de wet is de gemeente niet verplicht om voor de begeleiding van kinderen van en naar school te zorgen. De gemeente kan ouders in de gelegenheid stellen om op vrijwillige basis voor de begeleiding te zorgen, door één of meer zitplaatsen in de taxi of bus ter beschikking te stellen. Soms worden de kosten van een begeleider ver- goed. In de gemeentelijke verordening staat of dat zo is en in welke gevallen. Enkele gemeenten werken hierbij met gesubsidieerde arbeidskrachten (voorheen ‘Melkertbanen’ of ‘Instroom-doorstroom- banen’). Sommige kinderen hebben om medische redenen begeleiding nodig. De kosten hiervoor komen in specifieke gevallen voor vergoeding in aanmerking. Soms worden de kosten van een begeleider ver- goed. Bijvoorbeeld in bepaalde gevallen, als kinderen voor hun schoolbezoek zijn aangewezen op openbaar vervoer. In de modelverordening is de leeftijdsgrens voor vergoeding van vervoerskosten van een begeleider van kinderen die naar het re- gulier onderwijs gaan heel laag, namelijk negen jaar. 3 Kwaliteit en veiligheid van het leerlingenvervoer Modelverordening leerlingenvervoer, art. 12: Indien de leerling op een basisschool zit of op een speciale school voor basisonderwijs en er aan- spraak bestaat op een vergoeding van de kosten van openbaar vervoer, dan vergoeden B & W tevens de daarin bedoelde kosten ten behoeve van een begeleider indien de leerling jonger is dan negen jaar en door de ouders tegenover B & W genoegzaam wordt aangetoond dat de leerling niet in staat is om zelfstandig van het openbaar ver- voer gebruik te maken. Aanbeveling 7 : Een gemeente vergoedt de kosten van een begeleider in het openbaar vervoer. Zolang het kind de basisschool bezoekt. Aanbeveling 8: In geval van groepsvervoer moet er begeleiding aanwezig zijn. Ouders kunnen om begeleiding of om vergoeding van begeleidingskosten vragen in het kader van ‘passend vervoer’. Bij de beoordeling van de aan- vraag moet de gemeente advies inwinnen van deskundigen, bijvoorbeeld van het Regionale Exper- tise Centrum. De gemeente kan de aanvraag Carla, moeder van Sabine ‘Mijn dochter gaat mee met een grote touringcar, waarin nog 50 andere kinderen zitten. Vaak is het een heksenketel in de bus. Het is nu zover dat mijn dochter niet meer met de bus mee wil. De chauffeur heeft geen ogen in zijn achterhoofd, die moet hij op de weg houden. Nu zegt de gemeente dat de ouders bijvoorbeeld bij toerbeurt voor de begeleiding moeten zorgen. Ik durf nog wel de verantwoordelijkheid voor mijn eigen kind te nemen. Niet ook nog eens voor die 50 andere’. 17 3 Kwaliteit en veiligheid van het leerlingenvervoer . zo liggen dat verkeer niet met grote snelheid kan passeren; . een schuilplaats bieden tegen kou, wind en regen; . herkenbaar zijn voor kinderen en andere ver- keersdeelnemers, bijvoorbeeld door een speci- aal bord. Aanbeveling 4: Op elke opstap-, overstap- en aankomstplaats dient een volwassen begeleider aanwezig te zijn aan wie het kind kan worden overgedragen. Aanbeveling 5: Een gemeente die overweegt opstap- en/of over- stapplaatsen in te stellen, voert daarover overleg met de Adviesraad Leerlingenvervoer, of indien er geen is, met de betrokken scholen en ouders. Aanbeveling 6: Een onafhankelijke commissie adviseert de gemeente welke kinderen op medische of sociale gronden geen gebruik kunnen maken van de opstapplaats, en dus thuis opgehaald moeten wor- den. 3.3 Begeleiding Volgens de wet is de gemeente niet verplicht om voor de begeleiding van kinderen van en naar school te zorgen. De gemeente kan ouders in de gelegenheid stellen om op vrijwillige basis voor de begeleiding te zorgen, door één of meer zitplaatsen in de taxi of bus ter beschikking te stellen. Soms worden de kosten van een begeleider ver- goed. In de gemeentelijke verordening staat of dat zo is en in welke gevallen. Enkele gemeenten werken hierbij met gesubsidieerde arbeidskrachten (voorheen ‘Melkertbanen’ of ‘Instroom-doorstroom- banen’). Sommige kinderen hebben om medische redenen begeleiding nodig. De kosten hiervoor komen in specifieke gevallen voor vergoeding in aanmerking. Soms worden de kosten van een begeleider ver- goed. Bijvoorbeeld in bepaalde gevallen, als kinderen voor hun schoolbezoek zijn aangewezen op openbaar vervoer. In de modelverordening is de leeftijdsgrens voor vergoeding van vervoerskosten van een begeleider van kinderen die naar het re- gulier onderwijs gaan heel laag, namelijk negen jaar. 3 Kwaliteit en veiligheid van het leerlingenvervoer Modelverordening leerlingenvervoer, art. 12: Indien de leerling op een basisschool zit of op een speciale school voor basisonderwijs en er aan- spraak bestaat op een vergoeding van de kosten van openbaar vervoer, dan vergoeden B & W tevens de daarin bedoelde kosten ten behoeve van een begeleider indien de leerling jonger is dan negen jaar en door de ouders tegenover B & W genoegzaam wordt aangetoond dat de leerling niet in staat is om zelfstandig van het openbaar ver- voer gebruik te maken. Aanbeveling 7 : Een gemeente vergoedt de kosten van een begeleider in het openbaar vervoer. Zolang het kind de basisschool bezoekt. Aanbeveling 8: In geval van groepsvervoer moet er begeleiding aanwezig zijn. Ouders kunnen om begeleiding of om vergoeding van begeleidingskosten vragen in het kader van ‘passend vervoer’. Bij de beoordeling van de aan- vraag moet de gemeente advies inwinnen van deskundigen, bijvoorbeeld van het Regionale Exper- tise Centrum. De gemeente kan de aanvraag Carla, moeder van Sabine ‘Mijn dochter gaat mee met een grote touringcar, waarin nog 50 andere kinderen zitten. Vaak is het een heksenketel in de bus. Het is nu zover dat mijn dochter niet meer met de bus mee wil. De chauffeur heeft geen ogen in zijn achterhoofd, die moet hij op de weg houden. Nu zegt de gemeente dat de ouders bijvoorbeeld bij toerbeurt voor de begeleiding moeten zorgen. Ik durf nog wel de verantwoordelijkheid voor mijn eigen kind te nemen. Niet ook nog eens voor die 50 andere’. Harry, vader van Mandy ‘Mijn dochtertje is al twee keer thuis gekomen met de melding: ‘Boem, botsing.’ Beide keren was er een aanrijding. De bus was niet uit- gerust met gordels, waardoor de kinderen door de bus werden ge- slingerd. Soms zitten er drie kinderen op twee zitplaatsen’. 19 Het meest veilige vervoer is het vervoer in een autostoel met gebruikmaking van een gordel. In de Code Veilig Vervoer Rolstoelinzittenden (uit- gave KBOH, Woerden), die in 1999 door vele betrokken organisaties en instanties is vast- gesteld, is bepaald hoe rolstoelen het best kun- nen worden vastgezet. Alle zitplaatsen in het voertuig moeten stan- daard zijn voorzien van driepunts veiligheids- gordels en hoofdsteunen. In de nieuwe voer- tuigen (vanaf oktober 1999) is dit wettelijk verplicht. Bij het vervoer van jonge kinderen moeten kinderzitjes gebruikt kunnen worden, door de ouders te verzorgen. Er mag niet meer dan één kind per zitplaats worden vervoerd. Elk kind moet vooruit kunnen kijken. In het voertuig moet voldoende loopruimte zijn, om in noodsituaties de kinderen te kunnen bereiken. De ouderorganisaties onderschrijven deze aan- bevelingen. 3 Kwaliteit en veiligheid van het leerlingenvervoer afwijzen maar dient dit wel te motiveren. Ouders kunnen bezwaar aantekenen en daarna eventueel in beroep gaan. De gemeente moet daarbij in principe altijd afwegen of de hardheidsclausule toegepast moet worden (zie ook hoofdstuk 7) . 3.4 Het voertuig Het voertuig waarmee de leerlingen worden ver- voerd moet veilig zijn. In de overeenkomst die de gemeente met een vervoerder sluit, kunnen kwaliteitseisen voor het vervoer en het voertuig worden opgenomen. Om te beginnen moet het voer- tuig natuurlijk aan alle wettelijke eisen voldoen. De wettelijke voorschriften voor het aantal kinderen op een stoel of bank in een bus of auto zijn niet bepaald bevorderlijk voor de veiligheid en vormen ook in sociaal opzicht geen goede regeling. Overigens is deze regeling niet van toepassing op kinderen die naar scholen voor (voortgezet) speci- aal onderwijs (scholen die onder de WEC vallen) worden vervoerd. In een aparte regeling, die per 1-8-1998 van kracht werd, is bepaald dat deze kinderen recht hebben op een eigen zitplaats. De regeling zitplaatsverdeling is evenmin van toepas- sing wanneer een zitplaats in het voertuig is voorzien van een autogordel. In dat geval schrijft de wet voor dat er één persoon op deze zitplaats mag zitten en dat de autogordel moet worden gebruikt. Wettelijk: Regeling zitplaatsverdeling bussen en auto’s: Twee op dezelfde bank geplaatste kinderen beneden de tien jaar worden voor één persoon gerekend. Drie op dezelfde bank geplaatste kinderen van tien jaar en ouder, maar beneden veertien jaar, worden voor twee personen gerekend. In een TNO-rapport, dat overgenomen is door de minister van Verkeer en Waterstaat, wordt het vol- gende bepleit: Bij vervoer van rolstoelen moeten deze worden vastgezet met daarvoor bestemde beugels. Bovendien dient voor de persoon in de rolstoel een aparte gordel te worden gebruikt die aan het vastzetsysteem of de bodemplaat vastzit. 3 Kwaliteit en veiligheid van het leerlingenvervoer Wettelijk (WPO, art. 4: WEC, art. 4; WVO, art. 127) De regeling van de aanspraak op vergoeding voorziet erin dat het vervoer kan plaatsvinden op een wijze die voor de leerling passend is. De regeling bepaalt op welke wijze burgemeester en wethouders terzake advies van deskundigen inwinnen. >– >– >– >– >– >– Andere maatregelen om de veiligheid te vergroten 3.5 De chauffeur vastgelegd in de gemeentelijke verordening. Vaak zijn: De chauffeur vervult een zeer belangrijke functie in kunnen meerdere bedrijven een offerte uitbrengen die van belang zijn voor het vervoer en bij een eventueel ongeval of andere noodsituatie. Aanbeveling 13: In het voertuig wordt niet gerookt. In het contract dat een gemeente met een vervoerder sluit, dient dit expliciet te worden opgenomen. als het bestaande contract afloopt. Soms werken 3 Kwaliteit en veiligheid van het leerlingenvervoer Wettelijk: Voertuigreglement art. 5.2.47 van 1-1-2001: het leerlingenvervoer. Bij vragen of problemen is hij 3 Kwaliteit en veiligheid van het leerlingenvervoer >– >– vaak de eerste aanspreekpersoon voor ouders en diverse gemeenten samen met één vervoerder. In auto’s en busjes gebouwd vanaf 1990 kinderen. Het is van belang dat er met vaste chauf- De gemeente laat diverse aspecten een rol spelen moeten autogordels aanwezig zijn en worden feurs gewerkt wordt, die zich terdege realiseren dat bij de keuze voor een vervoerder. Van belang zijn gebruikt op alle naar voren gerichte plaatsen. zij (gehandicapte) kinderen vervoeren en daarmee de kosten, de veiligheid, de ervaring, de kwaliteit In auto’s en busjes gebouwd vanaf oktober kunnen omgaan. van het vervoer en het wagenpark, de flexibiliteit 1999 moeten driepunts-autogordels aanwezig Er worden geen wettelijke eisen aan de chauffeur van de organisatie, de kwaliteit van de service en zijn en worden gebruikt op alle naar voren en gesteld, behalve dat hij een rijbevoegdheid bezit. 3.6 Kiezen vervoerder van het personeel. naar achteren gerichte plaatsen. Het leerlingenvervoer wordt meestal uitgevoerd Voor ouders is het essentieel dat de gemeente een Aanbeveling 10: door een particulier vervoersbedrijf. Dat bedrijf kwalitatief verantwoorde keuze maakt. Aanbeveling 9: Elk voertuig beschikt over een compleet ingerichte EHBO-doos, een in goede staat verkerende brandblusser en is voorzien van (mobiele) communicatieapparatuur. Het gebruik van kindersloten kan in bepaalde gevallen de veiligheid vergroten, maar in andere gevallen juist grote risico’s opleveren. Belangrijk element in deze kwestie is dat het voertuig in geval van nood van buitenaf geopend moet kunnen worden. Wellicht kan de techniek er in de toekomst in voorzien dat deuren tijdens de rit zijn afgesloten, maar in geval van een calamiteit toch van binnenuit te openen zijn. De gemeente stelt kwaliteitseisen aan de chauf-moet het leerlingenvervoer verzorgen, zoals dat is feurs en de voertuigen. Deze eisen worden in het contract met de vervoerder vastgelegd. Aanbeveling 11: Er wordt gewerkt met vaste, professionele chauffeurs, die kennis hebben van de (functie)beperkingen van de kinderen, die beschikken over sociale en communicatieve vaardigheden en die in het bezit zijn van een EHBO-diploma. Aanbeveling 12: Het vervoersbedrijf zorgt ervoor dat een lijst aanwezig is met namen, adressen en telefoonnummers van de leerlingen die vervoerd worden. Bij elk kind worden de bijzonderheden aangegeven Verantwoordelijkheden van betrokkenen4 De school – Bij leerlingenvervoer zijn veel ver-gen aan hun ouders/begeleider of het school-regeling voor aan de gemeente en de ouders schillende personen en organi saties betrokken. Iedereen heeft daar – personeel; en deelt wijzigingen tijdig aan de ouders en de moet op de hoogte zijn van de (lichamelijke) gemeente mee. zorgt voor de opvang van kinderen die bij de school worden afgezet; – bij zijn eigen taken en verantwoordelijkheden. Wat beperkingen van de leerlingen en moet in nood let erop dat de kinderen op tijd klaar zijn om De gemeente – van iedereen redelijkerwijze mag worden verwacht, wordt hierna kort op een rijtje gezet. situaties hulp kunnen bieden; is het eerste aanspreekpunt voor kinderen en weer opgehaald te worden; ondersteunt waar mogelijk ouders, chauffeurs – – is verantwoordelijk voor de organisatie van het ouders; leerlingenvervoer; en begeleiders bij vragen en problemen; organiseert indien gewenst een overleg met de gebruikers (ouders) van het leerlingenvervoer – – – De ouders – heeft de mogelijkheid anderen te bereiken en is geeft opdracht tot passend vervoer, waarbij uit gangspunt is dat dit zo vlug en veilig als zorgen ervoor dat het kind op tijd klaarstaat als zelf bij calamiteiten bereikbaar; – het wordt opgehaald; is in het bezit van een EHBO-diploma. mogelijk moet gebeuren; (eventueel samen met andere scholen). – – zorgen voor opvang als het kind bij huis wordt pleegt overleg met (vertegenwoordigers van) ouders en scholen over zaken met betrekking 23 De vervoerder – afgezet; helpen zonodig bij het in- en uitstappen; zorgt voor een vlug en veilig leerlingenvervoer. tot het leerlingenvervoer; controleert regelmatig of de vervoerder zich aan de overeenkomst tussen de gemeente en – – – geven wijzigingen, ziekte, afwezigheid of andere Veilig zowel in verkeerstechnische zin, als ook relevante informatie tijdig door aan het ver-in de zin van sociale veiligheid en een goede voerbedrijf; zijn aansprakelijk voor schade die hun kinderen sfeer; de vervoerder houdt; zorgt voor een aanspreekpunt voor ouders; – – – stelt eisen aan de chauffeurs met betrekking – – aan het voertuig toebrengen; zorgen er voor dat hun kind de sociale omgangsregels naleeft. tot opleiding en sociale vaardigheden; houdt zich aan de veiligheids- en kwaliteits informeert de ouders duidelijk over onder andere de aanvraagprocedure, financiële bij – eisen zoals die in de overeenkomst met de drage, eventuele klachtenregeling/adviesraad gemeente staan vermeld; – leerlingenvervoer en hun rechten en plichten; – – De chauffeur is wettelijk aansprakelijk voor (de gevolgen van) voert een helder beleid ter voorkoming en let erop dat de aanwezige veiligheidsvoorzienin letselschade van zijn passagiers tijdens of als bestrijding van grensoverschrijdend gedrag van gen in de voertuigen goed worden gebruikt; gevolg van het transport, tenzij dit letsel buiten zowel de chauffeur als de kinderen onderling. zorgt voor een schoon en rookvrij voertuig; de schuld van de vervoerder of zijn medewer – – helpt de kinderen zonodig bij het in- en uitstap kers is ontstaan; is verzekerd tegen wettelijke aansprakelijkheid; pen; zorgt ervoor dat de kinderen worden overgedra – – – legt ieder jaar een routeschema en dienst Adviesraad leerlingenvervoer5 5 Voor individuele ouders is het vaak moeilijk hun wensen op het gebied van leerlingenvervoer gerealiseerd te krijgen of een goed antwoord op alle vragen te krijgen. Het is nu eenmaal lastig om in je eentje gehoord te worden. Een wens van een individuele ouder is vaak makkelijk tegen te houden, zeker als onvoldoende bekend is dat er een klachtenregeling bestaat. Als een individuele wens wel wordt gehonoreerd, profiteren meestal alleen het betrokken kind en zijn ouders. Voor andere kinderen en hun ouders verandert er niets. Als ouders hun krachten bundelen en met elkaar overleggen, behalen ze vaak veel meer resultaat. Want: samen sta je sterker, je vult elkaar aan en ondersteunt elkaar. Het bundelen van krachten kan op verschillende manieren. Een ‘busjesoverleg’ is een goede mogelijkheid. Via de school kan een schooloverleg voor alle gebruikers van leerlingenvervoer worden georganiseerd. Op basis van de uitkomsten van zo’n overleg kan een vertegenwoordiging van de ouders met de verantwoordelijke wethouder en ambtenaar gaan praten. Het verdient echter de voorkeur om op regelmatige basis met de gemeente te overleggen. Instelling adviesraad leerlingenvervoer lingenvervoer worden vastgelegd in een reglement, Veel ouders en scholen hebben de nodige praktijkdat door het college van burgemeester en wethouervaring met leerlingenvervoer opgedaan. De ders moet worden vastgesteld. Gemeenten gemeente kan haar voordeel doen met de kennis beschikken al over een voorbeeldreglement. Het is die bij deze groepen aanwezig is, door een adviesop te vragen bij de FvO en de CG-Raad (voor raad leerlingenvervoer in het leven te roepen. adressen: zie achterin deze uitgave). De Vereniging Hierin werken betrokkenen samen om te adviseren van Nederlandse Gemeenten (VNG) spreekt overivoor een beter vervoer. Voordeel voor de ouders en gens over een cliëntenraad en niet over een scholen is dat zij op deze manier in staat gesteld ‘adviesraad’, omdat de VNG ervan uitgaat dat worden mee te praten over de onderwerpen die alleen cliënten (in dit geval ouders) zitting hebben hen aangaan. Als de gemeente van plan is beleidsin een dergelijke raad. De ouderorganisaties kunwijzigingen door te voeren kunnen zij bovendien het nen zich voorstellen dat de samenstelling ervan noodzakelijke tegenwicht bieden. De adviesraad breder kan zijn, omdat bijvoorbeeld vertegenwoordileerlingenvervoer is daarnaast een aanspreekpunt gers van scholen en van ouders (bijvoorbeeld een voor ouders die klachten en problemen hebben. maatschappelijk werker) belang kunnen hebben bij De gemeente is niet verplicht een adviesraad in te kwalitatief goed leerlingenvervoer. stellen. Wel heeft de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) in het najaar 2000 een model ontwikkeld, voor het geval een gemeente zo’n raad in willen stellen. Alle gemeenten zijn toen voorzien van een voorbeeldreglement. Met de instelling van een advies- of cliëntenraad wordt een platform gecreëerd dat zich over verschillende onderwerpen kan buigen. Bijvoorbeeld: kwaliteitsaspecten, veiligheid, mogelijke wijzigingen in het beleid, de verordening, het vervoerscontract of andere praktische afspraken over het leerlingenvervoer. De bevoegdheden van de adviesraad leer- Marianne, moeder van Harm ‘De chauffeur had de gewoonte om een sigaret te roken voor hij op pad ging. Hij deed dat wel met open raam, maar toch... Iedere dag rook ik het. Op mijn klachten werd niet gereageerd. Toen hebben we samen met alle ouders van kinderen in het busje bij de gemeente een klacht ingediend. Sindsdien geldt een absoluut rookverbod’ 25 Wat te doen bij problemen?6 6 Bijna de helft van de ouders ondervindt wel eens problemen bij het leerlingenvervoer. Dit blijkt uit een onderzoek dat is verricht in 1998 en werd gepubliceerd in de ‘Verlanglijst voor het leerlingenvervoer’, die is verschenen in november 1998 (te bestellen bij FvO en CG-Raad). Een aanwezige adviesraad leerlingenvervoer kan om hulp gevraagd worden voor de juiste aanpak. Maar er kunnen ook andere stappen worden ondernomen. Welke hangt af van het probleem en van de stappen die eventueel al eerder zijn gezet. In dit hoofdstuk leest u welke mogelijkheden u heeft. 1 ©Als u een klacht heeft of de gemeente een besluit neemt waar u het niet mee eens bent, dan kunt u de officiële weg kiezen en een klacht indienen of bezwaar aantekenen (punten 5 t/m 8). U kunt er ook voor kiezen eerst een aantal andere mogelijkheden te onderzoeken (punten 2 t/m 4). 2 ©Samen sta je sterk. Probeer daarom uit te vinden of andere ouders met dezelfde vragen of klachten zitten om samen het probleem te lijf te gaan. Het inschakelen van de school/scholen van de kinderen of het bijeenroepen van een ‘busjesoverleg’ kan daarbij goed werken. 3 ©Iedere gemeente heeft een verordening leerlingenvervoer. Het is verstandig deze –openbare – verordening in te zien of (tegen vergoeding van kopieerkosten) bij de gemeente op te vragen. U kunt in de verordening nakijken of het feit waarover u klaagt wellicht in strijd is met de verordening, of juist niet. Als het niet haalbaar lijkt op grond van de regelgeving uw recht te halen, kan het zinvol zijn om samen met andere ouders in actie te komen. 4 ©In de verordening staat in grote lijnen aangegeven hoe het leerlingenvervoer eruit ziet. Veel andere belangrijke onderwerpen, die bijvoorbeeld met de dagelijkse gang van zaken te maken hebben, komt u niet tegen in de verordening. Afhankelijk van de inhoud van de klacht kunt u bepalen met wie en op welke manier u contact op wilt nemen. Veel ouders geven er de voorkeur aan telefonisch contact op te nemen met de vervoerder voordat ze een brief schrijven naar de gemeente, die immers formeel verantwoordelijk is. 5 ©Als u besluit een brief op te stellen, moet u de klacht in deze brief duidelijk verwoorden, het liefst onderbouwd met feiten, waarnemingen, foto’s en dergelijke. Indien mogelijk verwijst u naar de verordening leerlingenvervoer. U richt de brief aan het college van burgemeester en wethouders van de Burgemeester en Wethouders van… Adres, postcode en plaats Eigen naam, adres, postcode en plaats plaats, datum Geacht college, Inleidende alinea: graag vraag ik (vragen wij) uw aandacht voor het volgende: onderwerp korte schets van de klacht alinea 2: situatie oftewel probleem uitgebreider schetsen alinea 3: met feiten onderbouwen (aantal keren, tijdsduur, data) consequenties laten zien alinea 4: uw eigen conclusie trekken uw klacht en verzoek formuleren met argumenten staven alinea 5: Graag verzoek ik (verzoeken wij) u om het afgeven van een beschikking met betrekking tot het gestelde in deze brief, volgens de bepalingen in de Algemene Wet Bestuursrecht. Hoogachtend, [handtekening] eigen naam. Andere namen en handtekeningen >– >– >– >–>– >–>–>– >– >– betrokken gemeente. In de brief moet bijvoorbeeld worden verzocht om ‘veilig vervoer voor uw kind’. U verzoekt daarbij om het afgeven van een beschikking. Als u deze brief met andere ouders opstelt, moeten deze ouders de brief medeondertekenen. De ‘Voorbeeldbrief aan de gemeente’ in dit hoofdstuk kan u daarbij helpen. Ter ondersteuning kunt u een (regionale of lokale afdeling van een) ouderorganisatie vragen om hulp. 6 ©Als de klacht ongegrond wordt verklaard en er dus een besluit is genomen waar u het niet mee eens bent dan kunt u hiertegen bezwaar aantekenen bij uw gemeente en vervolgens eventueel in beroep gaan. Het is belangrijk dat u het besluit van de gemeente schriftelijk ontvangt. Het is een essentieel document (de voor bezwaar/beroep vatbare beslissing) voor verdere stappen. Voorbeeldbrief aan de gemeente voor een ‘verzoek afgeven van beschikking’ 26 27 meeste gemeenten hebben dit gedaan. procedure als volgt. menten te komen. om uw bezwaar mondeling toe te lichten. De commissie in te stellen. Voor de zittingen van >– >– >– Aan Burgemeester en Wethouders van… Adres, postcode en plaats Plaats, datum Geachte dames en heren, Ondergetekende… (naam en voornamen voluit), geboren op … (geboortedatum), wonende… (adres), postcode en woon- plaats), maakt hierbij bezwaar tegen het besluit van… (datum), betreffende… (besluit omschrijven). Een kopie van het besluit voeg ik bij dit bezwaarschrift. Ik kan mij niet verenigen met dit besluit, omdat… (hier zo zakelijk mogelijk invullen waarom men het niet eens is met het genomen besluit). Ik verzoek u te beslissen dat… (invullen wat volgens betrokkene beslist moet worden). Hoogachtend, [handtekening] eigen naam. grond verklaard (u wordt in het kan ook ‘niet ontvankelijk’ wor- in behandeling genomen vanwege >– >– meeste gemeenten hebben dit gedaan. procedure als volgt. menten te komen. om uw bezwaar mondeling toe te lichten. De commissie in te stellen. Voor de zittingen van >– >– >– Aan Burgemeester en Wethouders van… Adres, postcode en plaats Plaats, datum Geachte dames en heren, Ondergetekende… (naam en voornamen voluit), geboren op … (geboortedatum), wonende… (adres), postcode en woon- plaats), maakt hierbij bezwaar tegen het besluit van… (datum), betreffende… (besluit omschrijven). Een kopie van het besluit voeg ik bij dit bezwaarschrift. Ik kan mij niet verenigen met dit besluit, omdat… (hier zo zakelijk mogelijk invullen waarom men het niet eens is met het genomen besluit). Ik verzoek u te beslissen dat… (invullen wat volgens betrokkene beslist moet worden). Hoogachtend, [handtekening] eigen naam. grond verklaard (u wordt in het kan ook ‘niet ontvankelijk’ wor- in behandeling genomen vanwege >– >– 6 Wat te doen bij problemen? 6 Wat te doen bij problemen? ©Indien u van mening bent dat in uw geval een ‘Voorbeeld van een bezwaarschrift tegen een gegrond verklaard (u krijgt gelijk), gunstige afwijking, van het in de gemeentelijke besluit van de gemeente’ in dit hoofdstuk gedeeltelijk gegrond verklaard (u verordening bepaalde, gerechtvaardigd is (en ook in gebruiken. Het is van belang met goede argu krijgt gedeeltelijk gelijk), onge de wet verder niets over de situatie wordt gesteld) dan kunt u een beroep doen op de zogenaamde U heeft het recht om gehoord te worden, dus ongelijk gesteld). Een bezwaar hardheidsclausule. Gemeenten zijn vrij om de hard heidsclausule op te nemen in de verordening en de gemeente heeft de mogelijkheid om een hoor den verklaard en wordt dan niet Burgemeester en wethouders kunnen op grond van een hoorcommissie moet u zich goed voorberei een procedurefout (ouders de hardheidsclausule besluiten om een voor u den. Hoewel het niet verplicht is, kan het soms hebben bijvoorbeeld gereageerd voordelige uitzondering op de verordening te verstandig zijn een advocaat of een andere na de termijn van zes werken). maken. U moet daarvoor een verzoek indienen, rechtshulpverlener in te schakelen. De eventuele kosten (bijvoor waaruit duidelijk blijkt waarom u vindt dat uw si- In het algemeen moet de gemeente binnen tien beeld voor rechtsbijstand) blijven tuatie een uitzondering rechtvaardigt. Als de weken een ‘beslissing op bezwaar’ nemen voor eigen rekening. Bent u het gemeente besluit geen gebruik te maken van de (deze termijn kan met vier weken worden ver niet eens met de beslissing op hardheidsclausule, is ook dit een beslissing lengd maar dit moet schriftelijk worden het bezwaar, dan kunt u tegen waartegen u bezwaar of beroep kunt aantekenen. gemeld). Dit is bepaald in art. 7.10 van de die beslissing beroep aanteke 8 ©Na stap 6 en eventueel 7 ligt er een besluit waartegen u bezwaar kunt maken. De procedure hiervoor is gratis. In hoofdlijnen gaat de verdere AWB. Er zijn vier mogelijke uitspraken, te weten: nen. Modelverordening leerlingenvervoer, art. 26: ‘Afwijken van bepalingen’: Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen ten gunste van de ouders afwijken van de bepalingen in deze verordening, zo nodig na advies te hebben gevraagd aan de permanente commissie leerlingenzorg, de directeur van de speciale school, de regionale verwijzingscommissie of andere deskundigen. Gelijktijdig met het indienen van een bezwaarschrift en ook met het aantekenen van beroep kan aan de rechtbank een voorlopige Binnen zes weken na bekendmaking van het voorziening worden gevraagd. besluit moet bezwaar worden gemaakt bij het bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen; in dit geval het college van B&W. Een bezwaar- of beroepsschrift moet schriftelijk worden ingediend. U kunt hiervoor het Voorbeeld van een bezwaarschrift tegen een besluit van de gemeente 28 29 6 Wat te doen bij problemen? 6 Wat te doen bij problemen? 6 Wat te doen bij problemen? 6 Wat te doen bij problemen? – – – Dit vormt een tussenuitspraak in gevallen waarbij sprake is van een spoedeisende situatie. Wanneer dat mogelijk is, moet u documenten bij uw brieven voegen, om de argumentatie kracht bij zetten. Denk bijvoorbeeld aan een verklaring van een orthopedagoog, arts of vervoerder. De uitspraak tot het treffen van een voorlopige voorziening blijft meestal geldig tot op het moment dat het bezwaar of beroep onherroepelijk is beslist. Wanneer negatief op het bezwaarschrift wordt beslist, kunnen de belanghebbenden die eerst bezwaar hebben gemaakt, binnen zes weken in beroep gaan bij de arrondissementsrechtbank, sector bestuursrecht. Als u vervolgens hoger beroep wilt aantekenen tegen een uitspraak van deze rechtbank, dient u een soortgelijk beroepschrift aan de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State te sturen. Voor advies en ondersteuning kunt u terecht bij (een Bureau voor) Rechtshulp of bij uw landelijke ouderorganisatie. In onder meer ‘De Grote Almanak’ van het NIZW vindt u veel nuttige algemene informatie over bezwaar- en beroepsprocedures. 31 Wet- en regelgeving7 4 © Het hanteren van een leeftijdscriterium; leerlingen In dit hoofdstuk wordt tenslotte Gemeentelijke Verordening: uitgebreider ingegaan op de wet-De wet biedt alleen een raamwerk. Binnen dit en regelgeving. raamwerk heeft de gemeente de vrijheid om in de De wettelijke voorwaarden zijn de volgende: – Er mag geen onderscheid worden gemaakt die ouder zijn dan een bepaalde leeftijd kunnen tussen openbaar en bijzonder onderwijs. geen gebruik maken van het leerlingenvervoer; Verschillende wetten vormen met elkaar het raam-verordening keuzes te maken. Hierdoor ontstaan werk van de wet- en regelgeving voor het leerlingen-soms behoorlijke verschillen tussen gemeenten op – De regeling eerbiedigt de op godsdienst of le 5 vensbeschouwing van de ouders berustende © Het regelen van aangepast vervoer in plaats van vervoer. De Wet gemeentelijke regelingen leerlin-het gebied van het leerlingenvervoer. – keuze voor een school. verstrekking van een financiële vergoeding. genvervoer is geregeld in de Wet op het Primair De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) Onderwijs (WPO) art. 4 (voor het basisonderwijs en geeft een modelverordening leerlingenvervoer uit. Het leerlingenvervoer moet zo worden georganiseerd dat de school op een voor de leerling Wet op de Expertisecentra (WEC): ‘passende wijze’ kan worden bereikt. In de WEC regelt de overheid het onderwijs voor De gemeente vergoedt het vervoer naar de leerlingen met een handicap. In artikel 4 wordt aandichtstbijzijnde toegankelijke school. Hierbij dacht geschonken aan het leerlingenvervoer. In de het speciaal basisonderwijs); de Wet op de Deze modelverordening heeft geen wettelijke sta – Expertisecentra (WEC) art. 4 (voor het speciaal tus. Hoewel aan de modelverordening geen rechten onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs) en kunnen worden ontleend, wordt deze toch vaak als de Wet op het Voortgezet Onderwijs (WVO) art. 4 (waaronder tevens vallen het praktijkonderwijs en het leerwegondersteunend onderwijs). Wet gemeentelijke regelingen leerlingenvervoer: Deze wet geeft het kader aan, waarbinnen de gemeente haar beleid kan bepalen. De wet kort samengevat: iedere gemeente moet een Verordening Leerlingenvervoer opstellen en is financieel verantwoordelijk voor het leerlingenvervoer. In de Verordening regelt de gemeente het recht van ouders op een gehele of gedeeltelijke vergoeding van het vervoer van en naar school of vakantie- en weekendvervoer. Een gemeente kan deze vergoeding op verschillende manieren verstrekken. Bijvoorbeeld in de vorm van een financiële vergoeding, een OV-abonnement of aangepast vervoer. maatgevend beschouwd, ook door een rechter. De gemeenteraad stelt de verordening vast voor het leerlingenvervoer en stelt ook wijzigingen in de verordening vast. Ouders hebben het recht de verordening in te zien. Zij kunnen nagaan of zij recht hebben op een vergoeding in het kader van het leerlingenvervoer en aan welke voorwaarden het leerlingenvervoer moet voldoen. Wet op het Primair Onderwijs (WPO) en Wet op het Voortgezet Onderwijs (WVO): In artikel 4 van de WPO en de WVO wordt een aantal inhoudelijke voorwaarden geformuleerd voor het leerlingenvervoer naar het regulier onderwijs. Wat betreft de WPO is dat vervoer naar het regulier basisonderwijs en het speciaal basisonderwijs (sbo). Voor de WVO is dat het vervoer naar het voortgezet onderwijs. wordt uitgegaan van de kortste, voor de leerling voldoende begaanbare en veilige weg. De Wet geeft gemeenten een aantal instrumenten in handen om de kosten voor het leerlingenvervoer te beperken: 1 ©Het vaststellen van een kilometergrens; als de afstand tussen school en huis minder bedraagt dan een bepaald aantal kilometers kunnen ouders geen gebruik maken van het leerlingenvervoer; 2 ©De mogelijkheid tot het heffen van een eigen bijdrage van ouders; 3 ©Het heffen van een inkomensafhankelijke bijdrage als een leerling van een basisschool meer dan 20 kilometer van school woont; WEC staan in grote lijnen dezelfde voorwaarden voor het leerlingenvervoer geformuleerd als in de WPO. Het verschil is dat de gemeente voor de doelgroep van de WEC in de verordening moet aangeven hoe de gemeente deskundigen inschakelt om te bepalen welke vorm van vervoer passend is voor de betreffende gehandicapte leerling. De gemeente heeft, net zoals in de WPO staat vermeld, ook hier de mogelijkheid om de kosten van leerlingenvervoer terug te dringen (afstandscriterium, leeftijdscriterium, aangepast vervoer in plaats van financiële vergoeding). Een belangrijk verschil is echter dat voor leerlingen met een handicap geen eigen bijdrage mag worden gevraagd. Uitzonderingen In zowel de WPO, de WVO als de WEC staat dat de 7 Wet- en regelgeving 7 Wet- en regelgeving 7 Wet- en regelgeving 7 Wet- en regelgeving regeling mag bepalen dat de gemeente in bijzondere gevallen ten gunste van ouders kan afwijken van de regeling. Dit wordt een hardheidsclausule genoemd. In theorie is de gemeente niet verplicht om zo’n hardheidsclausule in de gemeentelijke verordening op te nemen. Aanvraagprocedure: Ouders kunnen bij hun gemeente (afdeling welzijn en/of onderwijs) een aanvraag indienen voor het leerlingenvervoer. De meeste gemeenten werken met een standaard aanvraagformulier dat door de ouders moet worden ingevuld. Bij een aanvraag voor aangepast vervoer zullen zij moeten aangeven waarom ze denken dat hun kind dat nodig heeft. De aanvraagprocedure wordt afgehandeld volgens de voorschriften van de Algemene Wet Bestuursrecht (AWB). De gemeente stuurt ouders binnen acht weken na ontvangst van alle gegevens een schriftelijke beschikking. De termijn van acht weken kan nog eens met vier weken worden verlengd, op voorwaarde dat de gemeente ouders hiervan schriftelijk op de hoogte stelt. Als ouders het niet eens zijn met de beschikking kunnen zij daar bezwaar tegen maken. Dit dient binnen een termijn van zes weken na ontvangst van de beschikking te gebeuren. 34 35 Literatuur8 – Meer informatie over het leerlin- Verlanglijst voor het leerlingenvervoer. Een genvervoer kunt u vinden in de vol onderzoek naar kwaliteit, knelpunten en gende literatuur: verkeersveiligheid in het leerlingenvervoer Actiecomité Vlug en Veilig, 1998 Handboek Leerlingenvervoer (waarin Te bestellen bij FvO, CG-Raad en algemene opgenomen de VNG modelverordening) organisaties van ouders in het onderwijs – VNG uitgeverij, ’s-Gravenhage, 1994 (abon nement met actuele aanvullingen) De modelverordening is in te zien bij de – Code Veilig Vervoer Rolstoelinzittenden KBOH, Woerden, 1999 gemeenten of op te vragen bij de ouderorganisaties – Veilig vervoer van kinderen in auto, busje en taxi – Veiligheidsadviezen voor het verbeteren van 3VO (voorheen Veilig Verkeer Nederland), het leerlingenvervoer naar en van speciaal Huizen onderwijs C.G. Huijskens en R. Veenbaas, TNO, Delft, 1995 – De Grote Almanak Nederlands Instituut voor Zorg en Welzijn, Utrecht – De gevolgen van de gedecentraliseerde regeling voor het leerlingenvervoer in het (voortgezet) speciaal onderwijs L. Genemans en M. Laemers, ITS, Nijmegen, 1992 Gemeentelijk beleid voor het leerlingenvervoer Q.H.J.M. van Ojen e.a., SCO, Amsterdam, 1990 – Adressen9 9 Landelijke organisaties van ouders in het – CG-Raad (Chronisch zieken en Gehandicapten Raad Nederland) – FOSS (Federatie Ouders van Slechthorende kinderen en van kinderen met Spraak/taal – FOVIG (Federatie van Ouders van Visueel Gehandicapte kinderen) onderwijs: Postbus 169 moeilijkheden) Postbus 480 3500 AD Utrecht Postbus 14 3500 AL Utrecht tel. 030 – 291 66 00 3990 DA Houten tel. 030 – 234 34 59 – LOBO (Landelijke Oudervereniging Bijzonder Onderwijs op algemene grondslag) bureau@cg-raad.nl tel. 030 – 234 06 63 fovig@planet.nl Laan van NO-Indië 277 B foss@hetnet.nl – 2593 BS Den Haag BOSK (Vereniging van motorisch tel. 070 – 385 08 66 gehandicapten en hun ouders) info@lobo.nl – Federatie van Ouderverenigingen Postbus 85276 – VOLG (Vereniging van Ouderraden van scholen 3508 AG Utrecht voor Lichamelijk Gehandicapte kinderen) Postbus 3359 – OUDERS&COO (Vereniging voor Ouders, Christelijk Onderwijs en Opvoeding) tel. 030 – 236 37 67 Postbus 3031 3502 GJ Utrecht utrecht@fvo.nl 3502 GA Utrecht tel. 030 – 245 90 90 tel. 030 – 234 18 02 info@bosk.nl Postbus 125 Balans (Vereniging van ouders van kinderen info@volg.nl 3970 AC Driebergen – met ontwikkelings-, gedrags-, en leerproblemen) tel. 0343 – 51 34 34 FODOK (Federatie van Ouders van Dove ouders@euronet.nl – Postbus 93 3720 AB Bilthoven Kinderen) – NKO (Nederlandse Katholieke Oudervereniging) tel. 030 – 225 50 50 Postbus 754 fax 030 – 225 24 40 3500 AT Utrecht Postbus 97805 info@balanslb.demon.nl tel. 030 – 290 03 60 2509 GE Den Haag fodok@wxs.nl tel. 070 – 328 28 82 nko@nko.nl 38 39 9 Adressen 9 Adressen >– >– >– >– >– 9 Adressen 9 Adressen >– >– >– >– >– VOO (Vereniging voor Openbaar Onderwijs) Postbus 10241 1301 AE Almere tel. 036 – 533 15 00 voo@voo.nl NIZW (Ned. Instituut voor Zorg en Welzijn) Postbus 19152 3501 DD Utrecht tel. 030 – 230 63 11 RDW, centrum voor voertuigtechniek en informatie Europaweg 205 2711 ER Zoetermeer tel. 0900 – 07 39 KBOH (St. voor Kwaliteits- en Bruikbaarheidsonderzoek van Hulpmiddelen) Postbus 2072 3440 GM Woerden tel. 0348 – 43 67 00 Raad voor de Verkeersveiligheid Kneuterdijk 6 2514 EN Den Haag tel. 070 – 361 87 26 40 41